dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Cultuur
dot Straatnamen

dot Gemeente archief
De historie van Emmen in woord en beeld

Op 19 december 2018 heeft HE van de heer S.G. (Geert) Hovenkamp uit Hilversum zijn gehele digitale archief in ontvangst mogen nemen. Gedurende 25 jaar heeft hij onderzoek gedaan naar familierelaties in Emmen en de locatie waar ze woonden (periode van omstreeks 1600 tot 1832) Het is in omvang, compleetheid en geordendheid mogelijk het grootste particuliere archief van Emmen. In samenwerking met het Erfgoednetwerk zal bekeken worden hoe e.e.a. ontsloten kan worden.
Geert, bedankt ! ! !

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

De Molenkamp: Omhoog


De Molenkamp: Omhoog


Fragment Hottingerkaart uit 1792.
Rechts is het hunebed D45 in de Emmerdennen aangegeven.


Fragment kadastrale kaart 1880, sectie C 10e blad.

Officiële straatnaam: De Molenkamp
Ontleend aan: Het gebied Molenkamp dat daar omstreeks 1880 al lag. Een kamp is volgens de Drentse Encyclopedie "een omwalde akker". "Akkers met het toponiem -kamp liggen vaak aan de rand van de es. Deze ligging geeft aan dat het gaat om relatief jonge stukken bouwland. Het waren individuele ontginningen van woest land, meestal heide." Nabij de kamp stond ooit een molen, waarvan weinig bekend is. Zie De molen op de kamp.
Ligging: Emmen - Boschoord, Over het Spoor
Vastgesteld B&W op: 21 september 1933
Naam ingetrokken: nee

In een besluit van 8 april 1925 heeft de raad op verzoek van de "Handelsvereeniging alhier" voor het eerst namen gegeven aan straten en wegen in het dorp Emmen. Bij de uitvoering van dit besluit bleek het voor de praktijk echter noodzakelijk de begin en eindpunten hiervan nauwkeurig vast te leggen en tevens enkele aanvullende straatbenamingen op te nemen. Dit werd in de openbare vergadering van 30 augustus 1928 vastgelegd.

Hierin werd De Molenkamp nog niet vermeld.

In het raadsbesluit van 21 september 1933 werd een aanvulling opgenomen voor de:

  • De Molenkamp:
    Overwegende dat het wenschelijk is straatnamen te geven aan aan die wegen of terreinen waaraan of waarop binnenkort gebouwen kunnen verrijzen of reeds verrezen zijn en daarvan de begin- en eindpunten vast te stellen, besluit:
    "de oppervlakte beslaande de kadastrale perceelen, gemeente Emmen, sectie C no 5431, 5432, 5433 en 4187 te noemen: "De Molenkamp".

Het gebied met de naam "Molenkamp" bestaat echter al veel langer. Op de Hottingerkaart uit 1792 is het gebied Molenkamp aangegeven zonder naamsvermelding.

Op de kadastrale kaart van 1880 staat het gebied "Molenkamp" aangegeven op dezelfde plaats waar nu de straat met deze naam ligt. Omstreeks 1880 lagen de volgende kadastrale percelen in en om de "Molenkamp":

  • C4186 eigenaar Jan IJken, in gebruik als bos;
  • C4187 eigenaar Albert IJken, in gebruik als bouwland;
  • C4188 eigenaar Jan IJken, in gebruik als bouwland/hooiland;
  • C3221 eigenaar Jan IJken, in gebruik als heide;
  • C3219 eigenaar Jan IJken, in gebruik als bos;
  • C3748 eigenaar Markegenoten Emmen en Westenesch, in gebruik als dennen en zand.

De molen op de kamp: Omhoog


Hottingerkaart 1792


Deze (onbekende kaart) komt uit 1840.
Kaart: Museum Collectie Brands, Nieuw-Dordrecht

Uit de straatnaam Molenkamp zou blijken dat op het gebied molenkamp een molen gestaan zou hebben. Uit nader onderzoek blijkt dat deze molen niet op maar in de buurt van het gebied molenkamp heeft gestaan. Hij stond volgens de Hottingerkart uit 1792 in het verlengde van de laan op het Willingegoed, dus ten zuiden van de huidige Molenkamp, op een terrein dat later de naam ‘De Veenkampen’ kreeg.

Buiskool schreef meer dan vijftig jaar geleden, dat er in Emmen in 1847 drie molens stonden, waaronder die aan de Molenkamp: "een volmolen, staande op de naar deze molen genoemde Molenkamp..." Als bron wordt door hem genoemd: "verzekeringen van oude inwoners zoals Van Loo, Hovenkamp, Kooiker, Oosting en Reinders". (Noot: verzekeringen, geen harde bewijzen!)

Buiskool schreef verder in "Op Naoberveziet" 2e bundel (p.74): "Het ruwe want (een grove stof door dorpswevers van wollen garens geweven) werd naar de volmolens gebracht. Deze vond men te Zweeloo, Aalden en Emmen. Aan den molen te Emmen, eigendom van de familie Hilbrands (Fos Hilbrands) herinnert nog de naam Molenkamp. Het want werd in een bak gestopt (die veel geleek op een paardenkrib) en overgoten met urine. De molen werd aangezet en door de op- en neergaande beweging van de stampers werd het want geperst, gevold of gevuld tot een dichten lap. Na het vullen werd het door de blauwververs geverfd."

H.Tiesing schreef uit eigen herinnering in 1901 in het tijdschrift "Vragen van den Dag" p.570 e.v. het artikel "Over weven en spinnen op het platteland in vroeger tijd. Een schets uit de oude Drentsche toestanden": "Wanneer het want, een hol geven stof, die alleen van wollen garen gemaakt is, aan de boerin was ter hand gesteld, werd al spoedig het plan gemaakt tot een reis naar Zweeloo of naar het onder die gemeente horende gehucht Aalden. Het holle want moest dan worden "gevuld", d.i. dichter worden gemaakt, een bewerking die ook bij de bereiding van lakens te pas komt, zodat het hier gebruikelijk "vullen", "vollen", walken betekent. Daartoe kwam ook het want in een badkuip (Drents: vulkoep), waarin het werd geperst door stampers, die dan door de windmolen in beweging werden gebracht. Omstreeks 1870 waren in genoemde plaatsen nog zodanige volmolens, die men vroeger in meer plaatsen, o.a. te Weerdinge en Emmen vond".

In 1742 werd op #31 Jan Hilbrands sr (1707-1787) genoemd. Hij werd aangeslagen voor "4 paarden wegens ¾ waardeel en een vollersmolen". Jan Hilbrands was de vijfde generatie. Hij huwde in 1733 met Hilligje Strating (1709-1792) uit Noordbarge. Hij moest enkele keren voor het hoogste rechtscollege in Drenthe, de Etstoel, verschijnen wegens conflicten met zwagers over leningen. Verder bezat hij in de tweede helft van de 18de eeuw het erf Westebrink in Noordbarge. In de kerk van Emmen was hij in 1754 tot diaken verkozen.

Zijn zoon Jan Hilbrands (1742-1829), de zesde generatie woonde op #31. Vermelding in de haardstedenregisters van 1784 en 1794: "Jan Hilbrands (1742-1829) halve boer en molenaar". Ook bezat hij verschillende huizen in het kerspel Emmen, onder andere het eerder genoemde Westebrink in Noordbarge. In 1789 verkocht hij de keuterij Zwengelmoes in Emmen voor f. 130,-- aan Jan Berends Elsing uit Sleen. Jan Hilbrands huwde in 1774 met Roelofje Houwink (1748-1779). Zij stierf in 1779 in het kraambed, waarna zij in Emmen werd begraven.

Roelof Hilbrands (1775-1835) behoorde tot de zevende generatie. Hij was in 1809 gehuwd met Jantje Elsing uit Sleen gehuwd. Uit een aantekening in het patentregister blijkt dat hij de volmolen in het begin van de 19de eeuw slechts "een zeer klein deel van het jaar’ gebruikte".

Het kadaster geeft aan dat de volmolen in 1832 op het perceel C1592 stond en dat eigenaar Roelof Hilbrands de eigenaar was. Toen omstreeks 1832 het kadaster werd opgetekend, werden daarvoor zogenaamde ‘dienstjaarveldwerkkaarten’ vervaardigd, die de basis vormden voor de kadastrale kaarten van 1832. Op één van die dienstjaarveldwerkkaart is te zien dat de volmolen in het verlengde van kadastraal perceel C950 lag, de laan op het Willingegoed. Met potlood werd erbij geschreven ‘Allee’, daarbij verwijzend naar de laan op het Willingegoed. In het kadaster van 1832 werd overigens het woord ‘Allee’ niet overgenomen, maar werd ‘bosch’ als soort van het perceel vermeld. Aan de zuidkant lag het perceel C949, waarin de tekenaar ‘bomen’ schreef. In het kadaster van 1832 werd dit perceel ook als ‘bosch’ aangeduid. Ten noorden van de ‘Allee’ lag een weiland met daarin een sloot die aan de oostzijde verbreed was.

Iets ten oosten van de ‘Allee’ stond in 1832 de achtkantige volmolen. Het was een kleine molen.
Roelof Hilbrands woonde in het begin van de 19de eeuw op kadastraal perceel C983 (anno 2019 gelegen aan de westzijde van de Hoofdstraat tussen de Weerdingerstraat en de Derksstraat) Als beroep van Hilbrands werd ‘landbouwer’ vermeld. Hij bezat in de eerste helft van de 19de eeuw in de gemeente Emmen ruim 69 ha grond, waarvan ongeveer 42 ha veen. Daarnaast bezat hij ook nog onroerend goed in de gemeente Sleen.

In het midden van de 19de eeuw vonden er op de genoemden percelen C1529 (volmolen) en C783 (huis met erf) wijzigingen plaats. Willem Hilbrands, zoon van Roelof Hilbrands, verkocht de boerenplaats, eerst aan de markegenoten van Emmen en Westenesch, waarna vervolgens Jan Horring uit Westenesch eigenaar van het perceel werd. Willem Hilbrands liet de volmolen omstreeks 1850 afbreken. In het kadaster werd bij dienstjaar 1851 het woord ‘amotie’ vermeld, hetgeen sloop c.q. afbreken betekent. Het erf waar de molen op stond werd enkele jaren later aan de markgenoten van Emmen en Westenesch verkocht en kwam bij de gemeenschappelijke gronden die ten oosten van Emmen uit ruim 245 ha ‘heide, zand en veen’ bestonden.
Op de plaats waar de molen stond, lagen omstreeks 1880 de omwalde akkers van de Veenkampen, welke op de chromotopografische kaart van 1900 goed te zien zijn.
Met de sloop van de volmolen in het midden van de 19de eeuw kwam er een einde aan het gebruik van een volmolen in het dorp Emmen.

In de periode 1784-1794 woonden er in Emmen twee molenaars.

  • Frederik Wilhelm Beins die op #56
  • Jan Hilbrands (1742-1829) die op #31 woonde. Vermelding in 1784 en 1794: "Jan Hilbrands (1742-1829) halve boer en molenaar". Deze Jan was een zoon van Jan Hilbrands (1707-1787) die in 1742 werd aangeslagen voor "4 paarden wegens ¾ waardeel en een vollersmolen".

NB, In 1742 werd op #53 ook de erfnaam Pranning (tegenover de NH kerk) vermeld waar mulder Pranning zou wonen. Was hij misschien de molenaar op de vollersmolen op de kamp waar Buiskool over schreef? Of was hij molenaar op de rosmolen in Emmen.

Bron artikel: G.J.Dijkstra, Beilen

Beschermde status? Omhoog

Foto Historisch Emmen Molenkamp
Foto: E.Hof

Foto Historisch Emmen Molenkamp
Foto: E.Hof

Foto Historisch Emmen Molenkamp
Foto: E.Hof

Foto Historisch Emmen Molenkamp
Foto: E.Hof

Foto Historisch Emmen Molenkamp
Foto: E.Hof

Foto Historisch Emmen Molenkamp
Foto: R.Boelens

Foto Historisch Emmen Molenkamp
Foto: R.Boelens

Foto Historisch Emmen Molenkamp
Foto: R.Boelens

Volgens overlevering werden omstreeks 1933 de eerste woningen aan de Molenkamp gebouwd.

Echter: de Emmer Courant van juli 1939 vermeldt: "De Molenkamp, het door velen zoo bewonderde omwalde bouwland- en akkermaalshoutcomplex aan de Dennenlaan is verkocht aan de heeren G.Lamberts te Noordbarge en ir. A.Vedder alhier."

"De bedoeling is den grond als bouwterrein te verkoopen. In 't midden zal oost-west een dubbele straat met plantsoenstrook aangelegd worden. Woningen verrijzen dan alleen langs de buitenzijden van de straten."

"Onmiddellijk nabij de Dennen gelegen, met den hoogen wal als beschutting tegen koude winden, moet worden toegegeven: een mooier woonoord voor wie van rust houdt, is nauwelijks denkbaar."

"Maar wij voor ons - en velen meer - zullen later, als er allemaal keurige huisjes met keurige tuintjes zijn, nog dikwijls met weemoed denken aan onzen ouden stoeren Molenkamp, die bij het oude Emmen hoorde."

"Echter het vonnis is geveld, de bouwperceelen worden al te koop aangeboden en we kunnen ons best voorstellen, dat menigeen er happig op is in het Molenkamp park te wonen."

Het begrip Molenkamp park is ook op een enkele ansichtkaart terug te vinden hoewel deze benaming nooit officieel is vastgelegd.

Foto Historisch Emmen Molenkamp

De Molenkamp zou net als de omgeving Allee voor bescherming in aanmerking dienen te komen. Er staan vele prachtige bouwkundige staaltjes die dan ook niet voor niets zijn opgenomen in het boek "Rondom de Heerenhof" geschreven door Ger de Leeuw.

Pension Flintenhof: Omhoog


EC mei 1937

Foto Historisch Emmen Molenkamp
Pension "Flintenhof" uit 1937.
Foto: H.Hemmen-Louissen

Direct na de bevrijding van Emmen door de Polen op 10 april 1945 kwamen verplicht in Duitsland ter werk gestelde Nederlanders en vluchtelingen de grens weer over.

In allerijl werd een soort opvang geregeld voor deze mensen in Emmen. Twee jonge mannen, Rien Busstra en Jo Davids, werd gevraagd of zij deze vluchtelingen wilden registreren. Volgens zeggen werkten zij vanuit het pension De Flintenhof van de familie J.van Dijk aan de Dennenlaan, het huis waar later dokter Veldhuijzen van Zanten in kwam te wonen. J.van Dijk sr had tot 1937 een meubelzaak aan de Wilhelminastraat. Die zaak ging over naar zijn zoon, Zelf huurde hij de villa van A.Vedder waarin hij Pension Flintenhof opzette.

De heer Lenos werd aangesteld als hoofd van de repatriëringdienst in Emmen. Het Centraal Bureau voor de gerepatrieerden was gevestigd in pension De Flintenhof aan de Dennenlaan. Hier was tot 1947 het bureau voor oorlogsslachtoffers in gevestigd.


Tijdens WOII: Omhoog

Op pagina 225, in het boek "Emmen in bezettingstijd", geschreven door G.Groenhuis, is een lijst met door de "Wehrmachtsbefehlhaber in den Niederlande" gevorderde woningen vermeld.

Aan de Molenkamp werden vele woningen door de "Ortskommandantur" gevorderd.

De huisnummers 6, 7, 8, 9, 10, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 19 en 20 staan op een lijst van 1 november 1944.

Behoudens enige persoonlijke zaken, dienden de woningen compleet overgedragen te worden inclusief de inboedel en moesten de woningen binnen 6 uur door de bewoners zijn verlaten.

Noot: In het huis met nummer 9 (met de naam: "De Berken") woonde de familie Ter Veer waarvan de broers Edu en Con ter Veer actief waren voor de verzetsgroep Zefat te Valthe. Zij wisten 16 joden uit handen van de Duitsers te houden.


Bewoners: Omhoog

Het adresboek 1960-1962, uitgegeven door de gemeente Emmen, geeft de volgende bewoners aan:

nr naam beroep bijzonderheden
 
1      
2 W.J.van Heerde hoofd ULO  
3      
4      
5 K.H.Brink wethouder openbare werken  
6 W.van Wijk hoofd ener school Huisnummers 6-7: dubbele woning met invloeden van de Haagse school
Ontwerp: Huizing Timmer, Valthe
Aannemer: idem
Bouwjaar: 1939 i.o.v. W.van Wijk
Aanneemsom: fl 7.550,-
7 E.Heukers textiel techn.
8 D.Dijkstra ass.bez.  
9 G.H.ter Veer zb Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
Bouwjaar: 1939
Geert Hendrik ter Veer was de vader van "Con" en "Edu" ter Veer die beide betrokken waren bij de verzetsgroep van Albert Zefat. In deze woning heeft A.van Dien, die als onderduiker in het hol in het Valtherbos heeft gezeten en daarover het boekje "De opgejaagden" heeft geschreven, mogelijk tijdelijk ondergedoken gezeten.
10 H.v.d.Ark ambt.v.h.min. Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
Volgens adresboek 1947 was hier omstreeks dat jaar de Centrale, Crisis Controle Dienst gevestigd.
11     Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
Ds.Visch woonde hier in de jaren '50-'60. Visch was predikant in de Gereformeerde kerk. Midden jaren '60 woonde hier de fam.Peters, directeur van de voormalige Gero fabriek in Nieuw Weerdinge en later directeur van de VVV Emmen.
12 J.L.W.Blokhuis houtvester Markante villa met invloeden van de Haagse school. Heeft als voorbeeld gediend voor de in 1936 gebouwde villa van R.Zegering Hadders aan de Hoofdstraat.
Ontwerp: L.Daan Jansen en C.Bos Utrecht
Naam: De Eikenhorst
Bouwjaar: 1934 i.o.v. J.L.W.Blokhuis
Aanneemsom: fl 8.500,-
Later woonde hier ook Groeneveld, chirurg
13 W.D.Pelger fabr.el.motoren Ontwerp: Gebroeders Blaauw, Emmen
bouwjaar: 1935 i.o.v. mej.T.Veldmeijer, lerares kunstnijverheid.
Aanneemsom: fl 5.000,-
Eveneens invloeden van de Haagse school.
Pelger was eigenaar van de naar hem vernoemde fabriek Pelger, een bekende (motoren en ventilatoren) fabriek op het industrieterrein. Hier brak in de jaren 70 een staking uit met desastreuze gevolgen. De fabriek ging failliet en werd gesloten.
14 H.J.Steenhuis inspect.rijksbel. Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
later de fam.Jonker, eigenaar woninginrichting Jonker te Klazienaveen
15 B.H.Kessens keuringsveearts Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
Ook in adresboek 1947 wordt de heer Dr.B.H.Kessens, hoofd keuringsdienst genoemd. Kessens was ook directeur van het slachthuis in Emmen
16 L.Steenbergen werktuigkundig ingenieur Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
adresboek 1947: Ir.Ch.D.Doornik, terreinchef B.P.M..
Steenbergen had een machinefabriek op de plaats waar nu een vestiging van PRAXIS staat op de hoek Wolfsbergenweg / Oude Roswinkelerweg.
16I Bernsen AKU (?) Later mogelijk familie Zomers.
17 K.C.Eldering zb Huisnummers 17-18: dubbele woning.
Eldering was gepensioneerd hoofd van de School met den Bijbel te Nieuw-Amsterdam, een functie die hij ca. 33 jaar heeft vervuld aldus het gedenkboek Gereformeerde Kerk Nieuw-Amsterdam. Op huisnummer 17 heeft ook enige tijd H.Lanting gewoond die getrouwd was met een dochter van Eldering. Lanting was ooit klompenmaker te Aalden, daarna werknemer bij de timmerfabriek De Hondsrug en bij Honeywell.
18 M.van Dijk inspectrice
19 M.A.van Dalen Klunder zb Ontwerp: gebroeders Blaauw, Emmen
20 L.G.Westerink leraar  
21 T.Veldhuijzen van Zanten arts Het woonhuis is in 1937 in opdracht van dhr.Ir.Vedder gebouwd. De heer Vedder heeft er korte tijd in gewoond en het eind 1937 verhuurd aan de heer en mevrouw J. van Dijk. Zij waren van plan er een rusthuis van te maken doch omdat hiervoor geen belangstelling was is men overgestapt op een pensionbedrijf. De naam van het pension luidde "de Flintenhof" (noot: in het adresboek 1947 staat foutief Flinthof vermeld). In 1944 werd het huis door de Duitse bezetter gevorderd en als officierswoning ingericht. Direct na de oorlog namen de Poolse bevrijders het huis in bezit en daarna schijnt er een bureau gevestigd te zijn die zich bezig hield met de registratie van oorlogsschade. In februari 1947 kwam het woonhuis weer leeg te staan en heeft de dochter van Van Dijk, mevrouw G.Louissen Van Dijk het pension voortgezet. Mevrouw Louissen werd helaas op jonge leeftijd weduwe waardoor het pand in 1949 aan dokter Veldhuijzen van Zanten werd verkocht. Het pensionbedrijf werd vervolgens nog enige tijd aan de Parklaan voortgezet.

Later kwam hier de familie Dam te wonen. Dam was leraar aan het Christelijk Lyceum, zijn vrouw kinderarts.

Tot slot:

Evenals de familie Jonker maakte Ds.Visch maar wat graag gebruik van de garage van dokter Veldhuijzen van Zanten. Ook de heer Kessens had een garage in de tuin. Deze garage droeg (draagt) zelfs een bijzondere naam: "De Eekschillermeul". De heer Kessens vertelde dat de molen die hier had gestaan deze naam had.

Bronvermelding: Omhoog

  • Gemeente Emmen
  • "De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland, 1773 – 1794"
  • "Historische Atlas Drenthe"
  • "Zuidoost-Drente op weg naar een nieuwe toekomst" deel III, door H.T.Buiskool, uitgave Van Gorcum te Assen.
  • "Op Naoberveziet" deel II, door H.T.Buiskool uitgave Van Gorcum te Assen.
  • "Rondom de Heerenhof, historische balans van Emmen, een stad vol dorpen in het jaar 2000", door Ger de Leeuw.
    Uitgeverij Drenthe, Beilen. ISBN 90-75115-29-6.
  • Adresboeken 1947, 1960-1962.
  • Aanvulling door: mevrouw B.Jonker Snel.
  • Aanvulling door H.Hemmen.
  • Aanvulling door G.Zijlstra
  • G.Hovenkamp.
  • "Molens in Drenthe" p.124.

 

Wie helpt? Omhoog

 

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.