dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld

 

 

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

Barger Compascuum: Omhoog


De eerste bewoners:

Het zuidoosten van Drenthe kenmerkte zich eeuwenlang als, een vrijwel onbegaanbaar, deel van het 50.000 ha grote Boertanger moeras. In 1788 ontstonden door de invloed van de bisschop van Münster aan de Duitse kant van het grote veengebied de eerste bovenveendorpen. Vooral arme gezinnen werden gestimuleerd zich langs de grens te vestigen. Het land (de zogenaamde "plaatsen") werd verpacht en bouwrijp gemaakt door het ontwateren van het veen. De mensen gingen er boekweit verbouwen en hielden er schapen en bijen. Zo ontstonden Twist, Hebelermeer, Rütenbrock, Lindloh en Schwartenberg.

In 1860 werd het gebied Barger Compascuum aan de Nederlandse kant in het veengebied door de boeren van Noord en Zuidbarge verkocht aan de heren Hiddingh, Gosselaar, Tonckens en van Holthe tot Echten.

Rond 1861 streken immigranten neer in een gebied ten noordwesten van het huidige centrum van Barger Compascuum. Dit gebied heette "het Voorste Compascuum". Zij waren voornamelijk afkomstig uit Duitsland, Rütenbroek, Lindloh, Schwartenberg, Altenschoot, Barnflair, Wesuwe, Heblermeer, Twist, Aschendorf, Fürstendu, Neu-Ringen, Dorpen, Haselune, Versen, Münster, Meppen, en Haren. Ook uit Nederland waren bewoners afkomstig zoals: Geesteren, Coevorden, Vriezenveen, Groningen, Pekela en Veendam.


De Sint Joseph parochie:

Foto Historisch Emmen Barger Compascuum
De schuur van J.B.Wilken die van april 1873 tot oktober 1874 dienst deed als kerk.

Foto Historisch Emmen Barger Compascuum
De veenkerk die in 1874 werd gebouwd

Foto Historisch Emmen Barger Compascuum
Het interieur van de nieuwe kerk

De bevolking was overwegend katholiek. Men ging naar de kerk in de zanddorpen langs de Eems of naar de kerk in Nieuw Amsterdam. De wegen daar naar toe waren echter slecht zodat men voor het kerkbezoek ook naar Hebelermeer of Rütenbrock ging.

Pastoor Vroom, die in 1896 benoemd werd tot pastoor in Erica, vond dat dat niet langer kon. Er moest een nieuwe parochie bij komen. Vroom maakte in 1872 een "status animarum" op van de op dat moment in Compas wonende katholieken. Hij verdeelde Compas in:

  • Voor Compascuum, rechts van de Runde. Hier woonden 7 gezinnen.
  • De Maatschappij, links van de Runde. Hier woonden 20 gezinnen.
  • Verem Compascuum eveneens rechte van de Runde 53 gezinnen.

In 1873 werd een nieuwe parochie opgericht waarvan artikel 1 luidde: "Er wordt in de gemeente Emmen een nieuwe parochie opgericht, die de naam draagt van het Compascuum en gesteld wordt onder het patronaat van den Heiligen Joseph".

De eerste pastoor was Theodorus de Klaver en de eerste kerkmeester werd Jan Berend Wilken, die die functie 55 jaar lang bleef vervullen! Hij ontving voor deze bijzondere prestatie een Pauselijke onderscheiding. Een met stro bedekte houten schuur van Jan Berend Wilken werd als kerk ingericht. In 1874 kwam de eerste echte kerk op het bovenveen.

Pastoor de Klaver ging regelmatig op huisbezoek bij de parochianen die het verst weg woonden. In 1923 verkeerde de kerk op het bovenveen in een slechte toestand. De toenmalige pastoor Bergervoet vond dat er een nieuwe permanente kerk moest komen op de dalgrond. Die kerk werd de St.Josephkerk ontworpen door Jos Cuypers en zijn zoon Piere Cuypers jr.

In 1924 werd de nieuwe en huidige kerk in gebruik genomen. Deze was heel mooi en werd in de omgeving "de Kathedraal van Drenthe" genoemd. In 1941 werd Johannes Hassink pastoor in Barger Compascuum. Hij bleef dit meer dan 20 jaar en was zeer begaan met de mensen in zijn parochie. In 1962 overleed hij.


Herkomst naam:

Ten tijde dat het veen tussen de Hannoveraanse dorpen Rütenbrock en Lindloh nog een aaneengesloten geheel was, hadden de bewoners van Ober- en Niederlangen en van Altharen het recht om een stuk van het veenoppervlak tot aan de Runde door hun vee te laten beweiden. Dit recht was aan hen geschonken door de bisschop van Munster.

Door dit recht van samen weiden (jus compascui) ontstond de naam Compascuum. Het woord 'Compascuum' komt van 'compascere', wat Latijn is voor 'samen weiden'. Hieraan danken Emmer Compascuum en Barger Compascuum hun naam. Barger Compascuum betekent samengevat gemeenschappelijke weide van (Noord en Zuid) Barge.


Grenstwisten:

De rechten om het vee samen te weiden (jus compascui) resulteerde aan de Runde vaak in felle (grens)twisten.

Om aan de grenstwisten een einde te maken werden diverse traktaten opgesteld, zoals in 1765 tussen Drenten en Munstersen, Deze werd gewijzigd bij geheim contract van 1784. Hierbij werd ondermeer bepaald, dat Emmen en Westenesch, Noord en Zuidbarge samen zouden weiden met Wesuwe en Versen en dat door de betwiste veenstrook geen zandwegen mochten worden gelegd. In 1817 werd een nieuwe overeenkomst gesloten. In 1824 kwam het traktaat van Meppen tot stand. Maar ook dit laatste grenscontract tussen Nederland en Hannover bleek niet voldoende.

Op 30 december 1867 kwam eindelijk de akte van scheiding tot stand tussen de Hollandse en Pruise gerechtigden. Het verbod voor het bouwen van woningen met een stookplaats werd opgeheven. Hierdoor konden zich koloniën in het veen ontwikkelen.

Ook tussen Groningen en Drenthe waren er grensconflicten, met name tussen de marken van het Drentse Valthe en het Groningse Onstwedde.

Willem Lodewijk gaf landmeter Jan Sems de opdracht de grenzen duidelijk(er) vast te stellen. Hij bedacht in 1615 de grensproblemen op te kunnen lossen door een eenvoudige rechte lijn te trekken van de Martinitoren in de stad Groningen naar het kasteel Ter Haar, ten zuidoosten van Ter Apel. Deze Semslinie werd na een aantal wijzigingen, steeds ten nadele van Drenthe, in 1817 als wettelijke grens vastgesteld. Met het vaststellen van de Semslinie was ook hier, evenals door het vaststellen van de definitieve grens tussen Duitsland en Drenthe de angel uit de conflicten gehaald.


Molen en bakkerij:

De molen van Compas stond achter de bakkerij van Johan Eilering. Hij werd in 1876 gebouwd voor of in opdracht van Jan Westen en werd in 1883 overgenomen door Jan Berend Wilken, toen der tijd vervener - boer - kerkmeester en notabel van het dorp. Doordat de wegen veelal onbegaanbaar waren, werden de houten onderdelen van de molen stroomopwaarts in de Runde gegooid. Door de vrij sterke stroming van de Runde kwamen ze vanzelf op de plaats van bestemming. Hier werd alles uit het water gevist en achter de bakkerij weer opgebouwd. De molen heeft tot 1936 koren gemalen voor de bakker en voor iedereen die wat te malen had. Al die jaren was het een markant punt in de wijde omgeving, tot in de oorlogsjaren het malen met een door een motor aangedreven molen, o.a. Tubben aan de Limietweg, meer in zwang kwam.

In 1943 werd de toen al tot een bouwval gereduceerde molen gesloopt. In het grote huis met bakkerij hebben vele bakkers letterlijk en figuurlijk hun brood verdiend. Bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog brandde alles tot de grond toe af.


Muntvondst:

In de gemeente Emmen zijn in de loop der jaren enkele muntvondsten gedaan waaronder in Barger Compascuum. Wellicht zijn er nog meer vondsten gedaan, maar helaas worden niet alle vondsten openbaar. In het onderstaand overzicht staan de schatvondsten die bekend zijn bij het Geldmuseum te Utrecht, voorheen het Koninklijk Penningkabinet te Den Haag.

Bij muntvondsten onderscheidt men losse vondsten (één of enkele, waarschijnlijk verloren munten) en schatvondsten (meerdere tot soms vele honderden bewust verborgen munten).

jaar vindplaats datering aantal metaal
1952 Barger Compascuum 64-189 312 zilver

Foto Historisch Emmen muntvondst Denarius
Denarius

Opvallend is dat de vondst in het voormalige veengebied ten oosten van Emmen zijn gedaan. De vondst in Barger Compascuum (1952) betreft munten uit de Romeinse tijd. Hoewel de Romeinen nooit boven de grote rivieren geweest schijnen te zijn, is het niet verwonderlijk dat het Romeinse munten betreft. Andere munten waren in deze steek niet in omloop. De gevonden munten kunnen zijn verborgen of verloren in het toen nog niet afgegraven veen.

In november 1952 zijn nabij Barger Compascuum 312 munten gevonden bij het afbonken van het veen. Ook werden resten gevonden van een leren beurs, een ring en van een gordel. Onderzoek heeft uitgewezen dat de kostbaarheden met zorg onder een graspol in het veenmoeras waren verstopt.

Alle munten, op één na, zijn denarii geslagen in Rome tussen de jaren 64 en 189. De denarius was in deze periode de belangrijkste zilveren munt en had toen een gewicht van 3,4 gram, 1/96 van het Romeinse pond en een (zilver)gehalte dat varieerde van 90 tot 68%.

De enige afwijkende munt was een drachme uit Amisos, Griekenland.

Over de vraag hoe zo’n muntschat in het veen bij Barger Compascuum terecht zou zijn gekomen zijn allerlei speculaties mogelijk maar zeker weet men het niet. Deskundigen gaan er momenteel vanuit dat ze van een handelaar zijn geweest. Uit geschriften en andere vondsten is gebleken dat er in de eerste eeuwen van onze jaartelling regelmatig handelsverkeer plaatsvond tussen het Romeinse Rijk en de bewoners van de terpen en wierden langs de kusten van de Noordzee. De gevonden munten zouden afkomstig kunnen zijn van een handelaar die op weg was naar noordelijker streken. Bijvoorbeeld van Coevorden langs het riviertje de Runde via Ter Apel naar Noord Duitsland? De handelaar moet toen in ieder geval een vrij droge plek hebben gevonden, anders zou de schat, na meer dan 1700 jaar, niet vlak onder het maaiveld gevonden zijn.

Deze muntvondst in Barger Compascuum uit 1952 is in het bezit van het Drents Museum te Assen.


Boeken: Omhoog

De volgende boeken zijn bij Historisch Emmen bekend:
  • "Barger-Compascuum, 125 jaar St.Josephparochie" door Herman Feringa en Marcel Wehkamp. Uitgeverij Drenthe te Beilen, 1998.
  • "Barger-Compascuum in ansichten" door F.A.Dijck. Uitgeverij Europese bibliotheek te Zaltbommel, 1978.
  • "Aan het eind van de wereld", door E.G.van Bolhuis. (Roman over Barger-Compascuum aan het begin van de 20e eeuw)
    Slothouwer Amersfoort, 1918.
  • "Compascuum 1873-1948" door J.B.Kuis. Uitgever: ? Jaar van uitgave: 1948. ISBN nummer: ?
    Uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan de St.Joseph-parochie te Barger-Compascuum. In het voorwoord schrijft pastoor J.L.Hassink
    hoe de kern in 75 jaar is uitgegroeid tot een machtig bolwerk van katholieken in de zuidoosthoek van Drenthe.
  • "Barger-Compascuum in grootmoeders tijd" door F.A.Dijck. Uitgeverij Europese bibliotheek te Zaltbommel, 1991. ISBN 978-90-288-5227-3.
  • "Barger-Compascuum" door J.B.Berens. Uitgave: Digitalis 2012, ISBN 978-94-619-0841-4. Boek hier te lezen en gratis te downloaden.
  • "Aan het eind van de wereld" door E.G. van Bolhuis. Hier te lezen en gratis te downloaden.
  • "145 jaar Barger-Compascuum, over buurten, bedrijven en bewoners" door Gerard Steenhuis. ISBN 978-90-817323-0-7.

Over Barger Erfscheidenveen:

  • Barger Erfscheidenveen....'t is de moeite, Bewonersgroep "De kleine kern", uitgave 1980.

Aanvullingen? Geef ze door:


Bronvermelding: Omhoog

  • Willem Arling, Barger-Compascuum.
  • C.Reinders.
  • De boeken zoals hierboven vermeld.

 

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.