dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld

 

 

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Enquête dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

Nieuw Dordrecht: Omhoog


Prehistorie: Omhoog

kaartje van vindplaats van een houten weg bij Nieuw Dordrecht nabij Emmen
kaartje van de vindplaats.

de houten weg van Nieuw Dordrecht nabij Emmen
de oude houten weg in beeld.

Van Nieuw Dordrecht en omgeving is door vondsten bekend dat het in de prehistorie bewoond is geweest. Gelegen op een uitloper van de Hondsrug bood het meer bescherming dan het omringende veen. Vanaf de Midden Steentijd was de prehistorische mens al bezig de grote bossen te kappen die op de uitlopers gestaan hebben.

De opmerkelijke vondst van een goed bewaard gebleven oude houten weg in het veen tussen de Veldweg en de Heerenstreek tot aan het Karrepad is daarvan een bewijs. De weg dateert van ongeveer 2600 jaar voor Christus en is daarmee de oudst bekende houten weg in Nederland.

Ook zijn houten wagenwielen, en bijlstelen gevonden. Hoewel er wagenwielen zijn gevonden is het nog de vraag in hoeverre de weg daadwerkelijk voor karren e.d. is gebruikt, omdat er nauwelijks tot geen slijtage aan de nog met schors bedekte stammen is gevonden. De weg bestond uit stammetjes van zo'n 3 meter lang met een doorsnede van 10-20 cm die achter elkaar waren gelegd. De vondst van de houten weg heeft duidelijk gemaakt waar ongeveer welk soort boom heeft gestaan omdat men in de prehistorie iets niet van verre haalde als het dichtbij verkrijgbaar was. De lengte was ongeveer 1000 meter en stopt toen. Waar de weg naar toe moest leiden is niet bekend. Het doel van de weg zal zondermeer geweest zijn proberen meer draagkracht van het veen te krijgen.


Ontstaan: Omhoog

Het jaar 1853 is het jaar waarop de markegenoten van Noord en Zuidbarge het Oosterveen ofwel Kleine Blok, en het Smeulveen ofwel Grote Blok, aan de Drentsche Veen en Midden Kanaalmaatschappij te Dordrecht verkocht. Als voorwaarde daarvoor gold dat vanaf Smilde een kanaal dwars door Drenthe tot in de venen gegraven mocht worden. Een zijtak van dit kanaal, het Oranjekanaal, zou de verbinding moeten vormen tussen het Oosterveen en het Smeulveen. Deze venen lagen aan weerszijden van een uitloper van de Hondsrug welke hoger lag dan de naastgelegen venen. Ondanks dat aan de maatschappij twee stroken grond waren afgestaan is deze zijtak er nooit gekomen. Eén strook van 40 meter breed (de kanaal linie) was bedoeld voor een weg, een tweede strook van 400 meter breed was bedoeld voor de zijtak om de Hondsrug uitloper te kunnen doorsnijden. De Hondsrug lag echter hoger dan de venen waardoor het veen nooit afgewaterd had kunnen worden. Liefst drie sluizen zouden over een afstand van 5 km noodzakelijk zijn geweest om het hoogteverschil van 20 meter te overwinnen. Ook moest men door een metersdikke keileemlaag heen. Dit alles bleek te kostbaar waardoor die zijtak naar het Smeulveen er nooit is gekomen.

Herendord Omhoog

Op de 400 meter brede strook werden door de maatschappij huizen voor de arbeiders en boeren gebouwd. Reeds begin 1855 stonden er zes huizen en een jaar later kwamen er nog eens vijf huizen bij. Omdat de aanvoer van steen duur was werden de volgende huizen gebouwd met stenen uit eigen bakkerij, die aan de Heerenstreek kwam te staan. Van 1856 tot 1862 was deze steenbakkerij actief. Het leem, waarvan de stenen werden gebakken, kwam ook van de Heerenstreek. Het hout kwam van de houtveilingen van Weerdinge, Emmen, Westenesch en Noord en Zuidbarge.

Een deel van de bewoners verbouwde boekweit die van groot belang was voor de bewoners van de streek. Zo ontwikkelde zich langs de verbindingsstrook tussen beide blokken een nederzetting die Nieuw Dordrecht, ofwel Herendord, werd genoemd. Dat de boekweitoogst vaak tegenviel was de oorzaak dat een groot aantal Dordtenaren (o.a. in 1867) hun geluk in Amerika probeerde te vinden.


Vastenow of Boerendord: Omhoog

De zandrug was economisch totaal onbelangrijk voor de markegenoten van Barge. Bij acte van 27 augustus 1856, gepasseerd bij notaris Oosting, werd de zandrug in stukken verdeeld. Het waren veelal knechten van de Barger boeren die hier gingen wonen, en er aardappelen, rogge en zwarte haver verbouwden doch ook enkele weidegronden waren hier in gebruik. Het gebied dat Vastenow heette werd ook wel Boerendord genoemd en stond haaks op het Herendord. Dat de Vastenow nu een kaarsrechte straat is, komt voort uit de verdeling in stukken toen der tijd. Dat sommige huizen ver van de straat staan is gelegen in het feit dat de Vastenow voor de verdeling veel meer door de omgeving kronkelde.

Herkomst naam: Omhoog

Over oorsprong en de betekenis van de naam Vastenow zijn verschillende lezingen:
  • Mr Kniphorst schrijft in 1872 in zijn boek "Verveening in Drenthe": over de Vastenou
  • H.T.Buiskool schrijft in 1954 in zijn boek "Z.O. Drenthe op weg naar een nieuwe toekomst":
    Vastenow met de uitleg dat dit eigenlijk Vastenhouw zou moeten zijn, dit i.v.m. de vastheid van het veen dat grote moeilijkheden opleverde voor de boekweitteelt.
  • J.J.Brands geeft in zijn boek: "Waar eens boekweit bloeide" als uitleg:
    In de jaren 1813-1814 werd getracht Coevorden te bevrijden van de Franse overheersing. Russische kozakken kwamen te hulp en werden onder anderen gelegerd in Dalen en Dalerveen. Eén en misschien wel enkelen zullen niet met hun kornuiten verder zijn getrokken en in het vrije Drenthe zijn blijven hangen. Het is denkbaar dat er één met een Dalerveense schone verdere contacten heeft aangeknoopt. Een moeilijke tijd gingen deze twee tegemoet, hij als deserteur en zij als verstotene uit de dorpsgemeenschap, omdat haar liefde voor een kozak groter was dan voor één van de jongemannen uit haar eigen omgeving. Een grote barrière was de taal. De kozak sprak Russisch en het meisje dialect. Een plek waar ze vrij en rustig konden zijn, werd gevonden in de ten noorden van Dalerveen liggende venen; een uitloper van de Hondsrug vormde juist hier een zandrug in het veen. Dit zou voor hun een halteplaats, of beter gezegd, een rustplaats geven. Hier vestigden zij zich. En de kozak noemde deze plek in het Russisch 'asstanowka'. In de jaren die volgden, verbasterde de naam 'asstanowka. Drentsche invloeden deden zich gelden, het woord werd korter, de uitgang 'ka' viel weg en een 'V' kwam ervoor. En zo is het gebleven, Vastenow, een plek die aan mensen het gevoel heeft gegeven een plek te hebben gevonden waar ze zich thuis konden voelen, temidden van de grote venen die zijn verdwenen.

Verdere ontwikkeling: Omhoog

Nieuw Dordrecht nabij Emmen
Op de plaats van de eerste drie huizen stond vroeger de boterfabriek.
Toen was het echter nog een zandweg.
Op deze plaats woonden in 1994 Hendrik Soer en Bertus Beuker.

In de jaren na de verdeling verkochten de eigenaren, die de grond bij scheiding hadden verkregen, aan kleine boeren. De leefden ook voornamelijk van de boekweit en de vervening. Zandwegen werden aangepast en uiteindelijk verhard. De landbouw onderging grote ontwikkelingen waardoor in 1896 één van oudste verenigingen in Nieuw Dordrecht werd opgericht: De landbouwvereniging Nieuw Dordrecht en Barger Compascuum. Deze vereniging zorgde ervoor dat de aardappel zijn intrede deed en dat de nieuwe uitvinding "kunstmest" werd geïntroduceerd. Ook werden er diverse fondsen opgericht alsmede een veredelingsbedrijf waardoor de melkproductie steeg. Ook de pluimveeteelt werd ontwikkeld.

Belangrijk was ook de oprichting van een boerenleenbank, die tot doel had verbetering van het landbouwbedrijf door middel van het voorschieten van geld aan betrouwbare leden, het scheppen van mogelijkheden voor leden om gelden te beleggen. Deze boerenleenbank werd opgericht in 1906 en sloot zich vrijwel direct aan bij de Coöperatieve Raiffeisenbank en is een groot succes geworden.

Omdat enkele veehouders belang hadden bij de oprichting van een boterfabriek, werden er eerst besprekingen gevoerd met de heer Ties uit Emmen die op niets uitliepen. Succesvoller waren de besprekingen met A.Tijmes. Deze resulteerden in de oprichting van een fabriek aan de Vastenow. In november 1911 zette hij de fabriek stop omdat de aanvoer van melk niet groot genoeg was. W.Scholten uit Dalen nam, na besprekingen met de boeren, de zaak nog wel over, maar na een aantal goede maanden liep de aanvoer van melk terug waardoor de fabriek in 1912 definitief stil werd gelegd. De boterfabriek ging Tijmes nog wel onderdak bieden als woonruimte, waarbij hij privé nog wel in melk handelde. Nadat hij die handel in Klazienaveen voortzette kwam ook het gezin Kievit er nog te wonen, daarna hun dochter, maar in 1930 viel de slopershamer.

De eerste winkel van Nieuw Dordrecht kwam in 1858 en was van Arend Vos. In 1858 was er ook al de broodbakkerij van Wolter Middenveen. De eerste kroeg was van de heer Welp, later overgenomen door achtereenvolgens Johannes Oldenhuizing, Firma de Waard (die het verhuurde aan Jan Hidding, Aaldert Jonkman (zijn knecht), Alidus Hidding en Hendrik van Wijk. Uiteindelijk werd Hajo Bick eigenaar waarna in 1935 de kroeg in vlammen opging. Voor 1872 was er al een tweede kroeg, die van Jannes Hovingh aan de Vastenow, maar deze werd al snel overgenomen door Johannes Eits. Johannes en zijn vrouw hadden een zoon Piet die de muziekvereniging Juliana zou oprichten, welke naam later veranderde in de Volharding. Deze muziekvereniging speelde o.a. in de muziekkoepel die ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van Nieuw Dordrecht in 1955 door het gemeentebestuur werd geschonken. Even na 1900 was er zelfs een derde kroeg, café Wijnholts op de hoek van Vastenow Oranjedorpstraat. Ook hier hebben velen hun brood verdiend. Dit pand staat er nog steeds.


De molen(s): Omhoog

De molen van Barger Oosterveld. (Emmen)
De molen aan de Klazienaveensestraat naar Barger Oosterveld.
Tussen de straat en de molen staat de woning van molenaar Schut.

De molen van Barger Oosterveld. (Emmen)
De molen van Barger Oosterveld.

Bron S.G. Hovenkamp: De timmerman Geert Hovenkamp uit Emmen (1810-1891) bouwde behalve huizen en scholen ook molens. In 1860 werd bij notaris Oosting de verkoop van een molen in Vastenow geregistreerd. Verkoper was Geert Hovenkamp, logementhouder. Er was geen titel van aankomst, hetgeen betekent dat hij hem zelf had gebouwd. De prijs, inclusief wat land, was f 3550,-. De molen was verkocht aan Wolter Everts uit Zuidbarge. Deze had het geld echter niet, waarop Geert Hovenkamp hem dat leende. Omdat Everts het geld niet kon opbrengen werd de molen weer overgedaan aan de oorspronkelijke eigenaar.

Op 28-03-1871 stond in de Prov.Drentse & Asser Courant een advertentie van Geert Hovenkamp waarin de windmolen aan de westzijde van de Vastenow in Nieuw Dordrecht te koop werd aangeboden. De molen werd enkele weken later aan J.H.Geertsen verkocht voor f 3000,-. De overdracht van deze molen gebeurde per akte bij notaris Oosting, dd.13-04-1871. (In 1867 had Geert ook de molen aan de Westenesschersteeg laten bouwen en bezat dus gedurende 4 jaar twee molens.)

Bron Boekweit: In de nacht van 30 juni op 1 juli 1877 brandde de molen van J.H.Geertsen door brandstichting af. Er werd brandstichting vermoed. Burgemeester Tijmes schreef op 5 juli 1877 aan de officier van justitie te Assen: "Ik heb u de eer UEA te zenden een proces verbaal opgemaakt door den rijksveldwachter van Leeuwen, terzake het verbranden van de molen te Nieuw Dordrecht toebehorende aan en in gebruik zijnde bij J.H.Geertsen". De afloop is onbekend. De restanten van de molen werden in augustus 1877 onder geringe belangstelling te koop aangeboden. De maalstenen echter waren beschadigd en onbruikbaar waardoor ze ter plekke zijn begraven.

Bron Boekweit: Eind 1877 begon de bouw van andere en kleinere molen aan oostkant van de Vastenow door Hendrik Westerling uit Erica. (ruim 100 meter verder en 200 meter van het dorpsmidden) Deze molen werd op 1 februari 1878 in gebruik genomen.

Bron Boekweit: Ook J.H.Geertsen herbouwde zijn molen. De plaats daarvan is onbekend. In september 1880 brandde de door J.H.Geertsen herbouwde molen weer onder verdachte omstandigheden af. Wederom schreef burgemeester Tijmes een brief aan de officier van justitie: "Hierbij heb ik de eer UEA te doen toekomen 1e een proces verbaal....., 2e een proces verbaal opgemaakt door de dezelfde (rijksveldwachter H.Frank en brigadier R.Ketelaar) wegens het afbranden van een voor f 2000,- verzekerde molen toebehorende aan de molenaar G.H.Geertsen te Nieuw Dordrecht. Van het stichten van deze brand wordt verdacht K.Westerling aldaar. 3e een idem [....]."

Bron Boekweit: Op 25 juli 1881 ging de de molen van Hendrik Westerling voor de tweede maal in vlammen op. Burgemeester Tijmes schreef aan de officier van justitie: "Ik heb de eer UEA te zenden een proces verbaal opgemaakt door den gemeenteveldwachter M.Ennen, betreffende het verbranden van den stoomkorenmolen te Nieuw Dordrecht toebehorende aan en in gebruik bij Hendrik Westerling aldaar, in den morgen van 25 juli j.l. om 3 a 4 uur. De koornmolens te Nieuw-Dordrecht en het annexe Vastenow, van Westerling en Geerdes branden bijafwisseling af. Van elk hunner zijn nu aldaar twee molens verbrand. Geerdes had zijnen in 't laatst van september 1880 afgebrandden molen herbouwd en weder in werking. De molen van Westerling was nu onbeklant naar ik hoor. 't Is een zeer klein gebouwtje waarin de maalmachine was ingerigt. Vreemd dunkt mij, dat dit werd gebezigd voor 't bergen van 5 voer turf. Ennen heeft Westerling niet te huis, maar nabij Emmen gesproken en had dus geen gelegenheid om te vragen de polis van verwaarborging tezien. Ik zend hem heden naar Nieuw-Dordrecht om dat te doen en zal den uitslag UEA gerigten."

Noot: Het hoeft overigens niet verwonderlijk te zijn dat zich er vier voer turf bevond. De turf diende als brandstof voor de stoommachine, aangezien het een stoomkorenmolen was.

Bron Boekweit: Drie jaar lang had "Dord" geen molen. Het koren werd die jaren gemalen op de molen van Jan Berend Wilken op 't Compas.

Bron Boekweit: In 1884 bouwde Jacob Bloemberg aan de Klazienaveensestraat naar Barger Oosterveld een molen die twee maalstenen bezat. De grond (24 are en 50 centiare) was aangekocht van de Drentsche Veen- en Middenkanaal Maatschappij voor f 245,-. Bron molens in oude ansichten: Op de gedenksteen stond: "de eerste steen werd gelegd door Jacob Bloemberg en Hendrikje Vrijs op 23 mei 1884".

Bron Boekweit: De molen kende de volgende eigenaren:

  • 1884-1896 Jacob Bloemberg
  • 1896-1904 L.Bos (Op 22 februari 1903 waaide een groot deel van het molenaarshuis)
  • 1904-1930 Klaas Schut uit Ruinen (Schut trok ook een knecht aan: Martinus Mulder)
  • 1930-1949 Martinus Mulder (bijnaam Mulder Tiensie). Mulder liet in de jaren '30 het gebouwtje bouwen waarin een dieselmotor kwam te staan die de malerij ging aandrijven.
  • 1949-1951 Meijer
  • 1951-1953 Roelof te Velde (een zwager van Meijer)

Bron Boekweit: Door de opkomst van grote veevoederfabrieken werd er gaandeweg steeds minder gemalen. De molen raakte in verval en werd in 1954 afgebroken.


Hoog bezoek: Omhoog

Een historische dag voor Nieuw Dordrecht was 8 december 1921, toen koningin Wilhelmina, in gezelschap van de heer Kootstra (burgemeester van Emmen) en Mr.J.J.Linthorst Homan (commissaris van de koningin in Drenthe) zich persoonlijk op de hoogte stelden van de omstandigheden in Nieuw Dordrecht. Zij bezocht de plaggenhutten van Hendrik Kiers, Hendrik Strijker, Egbert Alberts en Arend Wolbers en deelde haar giften, waaronder dekens en doeken uit, terwijl de bevolking haar het Wilhelmus toezong. Of deze belangstelling later ook daadwerkelijk positieve gevolgen heeft gehad, is niet duidelijk.

Meester Koehoorn Omhoog

De school van Nieuw Dordrecht nabij Emmen
De school na 1903

Meester Koehoorn was voor Nieuw Dordrecht de grote voortrekker op het gebied van onderwijs geweest. De in 1867 te Jubbega Friesland geboren Jan Koehoorn begon in 1892 in Nieuw Dordrecht. Na wat omzwervingen bleek zijn hart in Nieuw Dordrecht te liggen, gaf zijn beste krachten aan het onderwijs, zat in vele besturen, was (mede) oprichter van verenigingen en fondsen en was daarbij tevens kerkvoogd. Hij hielp de plaatselijke bevolking waar hij kon en pas na 29 jaar onderwijs stopte hij in 1924 op 57 jarige leeftijd. Hij overleed op 84 jarige leeftijd en is in Nieuw Dordrecht begraven. Waarnemend burgemeester Zegering Hadders herdacht speciaal hem, bij het 90 jarig bestaan van Nieuw Dordrecht in 1945. Koehoorn, getrouwd met Alberdina Busman, zijn grote steun, was Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

De eerste meester was echter Jan Klazinga uit Zuidbarge. Hij gaf in 1856 al in de avonduren les in de keuken van een woning. Toen er eind 1857 een nieuwe wet voor het onderwijs kwam, profiteerde ook Nieuw Dordrecht daarvan. Het schooltje, waar de heer Dibbits "schoolopziener" was, was echter nog steeds niet meer dan zoden en plaggen, en werd dan ook afgekeurd. In 1859 kwam er een houten school en een woning voor de meester maar door het groeiende aantal kinderen de volgende jaren, en de inzet van Jacob Bruining, werd er door de gemeenteraad besloten tot nieuwbouw. In 1892 kwam er een stenen school met gang en vier lokalen. De groei van de bevolking ging nog door want in 1901 waren er bijvoorbeeld al 248 schoolgaande kinderen waardoor er (pas) in 1904 houten noodlokalen komen die in de 2e wereldoorlog in puin worden geschoten. Deze school bleef nog bestaan tot 1962, toen de nieuwe school aan "de Meester Koehoornstraat" in gebruik werd genomen. De school ging uiteindelijk verder als "De Dordtse Til". Hoewel er veel jaartallen zijn genoemd is het aantal hoofdonderwijzers beperkt geweest. Slechts 8 in een periode van 135 jaar.


De kerk: Omhoog

De katholieke kerk uit 1873 van Barger Oosterveld. (Emmen)
De kerk uit 1873 anno 1920

Rond 1850 werden in veel plaatsen in het veen de eerste kerken gebouwd. Vaak was het de Katholieke kerk die het voortouw nam omdat er in Zuidoost Drenthe veel belijders waren van de Katholieke kerk.

Deze waren in aangewezen op Rütenbrock of Erica. In Nieuw Dordrecht werden vanaf 1863 pogingen ondernomen om tot de stichting van een kerk te komen. De geweldige klus werd uiteindelijk in 1873 gerealiseerd, mede dankzij de voorbeeldige inzet van de plaatselijke bevolking.

Zoals de foto laat zien, een nog niet witte kerk, een houten toren en nog geen jeugdgebouw of kosterswoning. De eerste tijd was er nog geen predikant en was meester Bruining voorzanger en voorlezer. Eind 1874 werd Ds.Damsté uit Surhuisterveen de eerste predikant. Al in mei van 1875 verkoos hij Schoonoord boven Dord, waarna vele predikanten elkaar opvolgden. De heer A.Busman, afkomstig uit Wijster, en eigenlijk godsdienstleraar, werd van 1886 tot 1910 de langstzittende predikant, waar de bevolking maar wat trots op was en hem daarvoor met een gouden bril in etui bedankte.

Na het afscheid van A.Busman werd de houten toren vervangen door een stenen, kwam er een nieuwe klok, en werd er een consistoriekamer achter de kerk gebouwd. In 1932 werd het jeugdgebouw gebouwd en pas in 1950 kwam er een kosterswoning. De oude kerk kreeg een wit kleurtje maar toen de kerk verval begon te vertonen, was het wederom de plaatselijke bevolking die binnen de kortste keren de benodigde financiële middelen bij elkaar had om de kerk tegen afbraak te behoeden.


Boeken: Omhoog

De volgende boeken zijn bij Historisch Emmen bekend:
  • "Waar eens de boekweit bloeide" (schetsen uit de geschiedenis van Nieuw Dordrecht) door J.J.Brands en de stichting "Nieuw Dordrecht historisch en cultureel", met medewerking van W.A.Casparie en B.ten Velde.

Aanvullingen? Geef ze door:


Bronvermelding: Omhoog

  • "Waar eens de boekweit bloeide" door J.J.Brands.
  • S.G. Hovenkamp
  • "Molens in oude ansichten"
  • Collectie Brands

 

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.