dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld

 

 

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Enquête dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

Roswinkel: Omhoog


Ontstaan: Omhoog

Foto Historisch Emmen Roswinkel
De Roswinkelerstraat in Roswinkel.
Rechts de elektriciteitscentrale

Roswinkel is een dorp dat altijd op zichzelf heeft gestaan. Het had meer binding met Westerwolde (oostelijk deel van de provincie Groningen), dan met Emmen. Dit blijkt o.a. uit de veldnamen "dresken" (hetgeen tijdelijk bouwland betekent en oorspronkelijk tussen de Kerkdijk en de Roswinkelerstraat lag) en "wisken" hetgeen half natuurlijke weiden zijn. Deze termen zijn volgens kenners typisch Westerwoldse termen. Die binding was in de vorige eeuw nog te zien aan de kleding die men droeg. Deze week af van de kleding die men in andere Drentse dorpen gewoon was te dragen. Het gevolg van de zelfstandigheid was dat het provinciaal bestuur van Drenthe in 1836 vond dat Roswinkel maar een eigen gemeentebestuur moest krijgen.

De bewoning is vrij langgerekt en aangelegd op de hogere zandrug van een voormalig veengebied. De meeste boerderijen lagen voornamelijk aan de veen (= west) zijde van de weg.

Hoewel Roswinkel in de Middeleeuwen niet met een "schuldmudde" (een soort belasting op woeste gronden) is belast waaruit zou kunnen blijken dat het ouder is dan de 10e eeuw, dateren de oudste voorwerpen die men in Roswinkel echter gevonden uit de z.g.n. Karolingische tijd (ongeveer 1200 jaar geleden). Het is, door deze vondst aannemelijk dat er toch wel een soort dorpje of nederzetting geweest is, want in de Karolingische tijd zal iemand met 145 munten op zak vast niet voor z'n lol door het zeer moeilijk begaanbare veen getrokken zijn.


Herkomst naam: Omhoog

Roswinkel wordt voor het eerst in een acte vermeld in 1327. Roswinkel werd toen "Roeswinkel" genoemd. Een vertaling van deze acte in 1471 leert dat het om een rechterlijke uitspraak gaat tussen het klooster van Schildwolde en de buurtschap van Weerdinge.

Voor de naam Roswinkel zijn twee mogelijke verklaringen:

  • Roswinkel zou "Paardenhoek" of "Paardenweide" kunnen betekenen. Ros (=paard), winkel een oud woord voor hoek (mogelijk weide). De boeren uit deze omgeving zouden dus paarden hebben gehouden. Bij een eventuele paardenhoek is de eerste gedachte dat dit boerenpaarden zouden zijn geweest. Echter de boeren gebruikten nog tot ver in de Middeleeuwen ossen als trekdier terwijl de naam "Roeswinkel" uit 1327 stamt.

  • Roswinkel zou "Riethoek" kunnen betekenen. Opvallend is echter dat van deze logische verklaring vrijwel geen gewag wordt gemaakt. "Ruis" = "roes" = "rose" = "ros" = "riet". Riet werd in de bocht van de Runde (winkel = hoek-bocht) verbouwd.

    Vissers kennen de rietvoorn ook als ruisvoorn. In de laatste naam is de oude aanduiding voor riet terug te vinden als ruis. Er bestaat er een gelijksoortige plaatsnaam; Ruisbroek in de buurt van Brussel en een bekende middeleeuwse mysticus heette Jan van Ruusbroeck. Ook hier de combinatie van twee oude namen. Ruus = riet en broek = laag gelegen land.

    Van Dale geeft voor russen o.a.: biezen met de verwijzing naar trillen als een rus, beven als een rietje.

Het dorp Roswinkel bestond in eerste aanleg uit drie delen. Het middendeel werd "Stad" genoemd, dat eigenlijk een verbastering is van "Stee". Anders gezegd de woonstee of woonplek. Vergelijk ook deze betekenis in Stad of Ste(e)de; Stadhouder of Stedehouder. Deze woonomgeving bevatte dan ook de kerk met pastorie, het schultehuis, het paandershuis en de kosterswoning. De zuidkant werd het "Zuidereind" genoemd, daar woonden de "zoerdkers". De noordkant werd uiteraard bewoond door de "noordkers".


Kerkgeschiedenis: Omhoog

Foto Historisch Emmen kerk Roswinkel
De kerk van Roswinkel rond 1845.

De acte uit 1327 maakt niet duidelijk of Roswinkel toen al een eigen kerk had. Volgens de heer Scherft, die veel onderzoek naar Roswinkel heeft gedaan, zouden er aanwijzingen zijn dat Roswinkel zich in de 15e eeuw afsplitste van de moederkerk in Emmen en als zelfstandige parochie verder ging. Op zich logisch want Roswinkel lag vrij afgelegen van Emmen en de verbindingen waren slecht.

Een anekdote aangaande de kerk: In 1598 werd Drenthe protestant. Na dat jaar moest de bevolking van Roswinkel er steeds aan herinnerd worden dat de kruizen van het vroegere katholiek kerkhof verwijderd moesten worden. Dit kerkhof lag rond de kerk. Het gebeurde echter nogal eens dat men niet goed meer wist welke plekken op dit kerkhof nog vrij waren om iemand te begraven. Voordat de overledene dan ter aarde besteld werd, ging men eerst proefgraven en kijken welke plek nog vrij was.


Boekweit en ossen: Omhoog

In de 17e eeuw werd rondom Roswinkel veel boekweit verbouwd. Een graansoort die scherp driekantige dopvruchtjes bevatte met één zaad dat eetbaar is. Deze vruchtjes lijken op beukennootjes en de plant wordt overeenkomstig een graangewas gebruikt (echter niet voor brood), vandaar de naam (boek-weit = beuk-tarwe). Boekweit wordt thans nauwelijks nog geteeld wegens de bewerkelijkheid en kwetsbaarheid van de cultuur en wegens de geringe opbrengst. Men spreekt wel van de boekweit brandcultuur omdat dit overeenkomt met een manier van landbouw in de tropen. De omgeving kaal branden en de vrijkomende grond te bebouwen zolang deze vruchtbaar is en daarna te verlaten voor een nieuw terrein. Vooral keuterboeren hielden zich met boekweitteelt bezig. De marke van Roswinkel was te klein voor de boekweitcultuur. Na 6 jaar was de grond uitgeput en moest het 20 jaar braak liggen.

De boekweitcultuur heeft in Roswinkel en omgeving voor diverse conflicten gezorgd. Zo werden er grensverdragen gesloten die echter door de drang naar meer boekweitgronden werden genegeerd door de keuters. In 1773 en 1776 werd dat beantwoord door overvallen van manschappen uit Munster. Eén maal echter was de Roswinkeler bevolking op hun hoede en vond er een treffen plaats waarbij de overmacht van de Roswinkeler bevolking in eerste instantie groot was. Eén van de Munsterse soldaten werd in Emmen bij de drost in bewaring gesteld. De Munstersen lieten het er echter niet bij zitten en lokten de Roswinker boekweitboeren in een hinderlaag waarbij vier Roswinkelers naar het Munsterland werden afgevoerd. Stadhouder Willem V bereikte in diplomatiek overleg dat in 1786 eigendomsrecht en schaderegeling werden vastgesteld.

Ook leverde de fok van ossen inkomsten op. Doordat in de 17e eeuw "hoorngeld" (een soort belasting) werd ingesteld konden de opbrengsten hiervan per kerspel worden bepaald. Echter rond 1740 deed zich een kentering voor. De westerse boeren gingen zich meer en meer op melkvee bedrijf oriënteren waardoor de vraag naar ossen minderde. Ook de veepest epidemieën zullen daaraan mogelijk hebben bijgedragen.


De schans: Omhoog

Zoals Emmen vroeger de Emmerschans bezat en mogelijk ook Noord en Zuidbarge had ook Roswinkel een eigen schans. Over dit verdedigingswerk is echter heel weinig bekend. Waarschijnlijk is de schans aangelegd in de achttiende eeuw maar zeker is dat niet. Op wiens bevel en met welk doel de schans aangelegd werd weten we ook niet. De overlevering in Roswinkel zegt echter dat het een "boerenverdediging" was die men nodig had om de boeren uit Oberlangen te verdrijven. Deze lieten namelijk met de regelmaat van de klok hun vee op de weiden van de Roswinkeler boeren grazen. De Roswinkelers waren daar natuurlijk niet blij mee maar of ze om reden een heuse schans zouden hebben aangelegd.....?

Er is nooit een archeologisch onderzoek geweest naar de schans in Roswinkel. Toch zou deze redoute, zoals een schans ook wel genoemd wordt, rond 1900 nog zeer herkenbaar aanwezig geweest zijn. In het boek "Roswinkel Vroeger En Nu" herinnert mevrouw J.Boekholt Haan de schans zich als een kuil met daaromheen plat gelopen wallen. Tijdens het slechten van de schans was er veel belangstelling van de bewoners van Roswinkel. De overlevering vertelde namelijk dat er vroeger in de schans ooit eens veel geld was begraven. Helaas voor de toeschouwers werd de schat niet aangetroffen. Wel vond men een geraamte, een put en veel kleine kalken tabakspijpjes. Buiten de schans werden zware dikke brugpijlers gevonden. De schans lag ten zuidoosten van Roswinkel tussen de oude en nieuwe Runde. Waar hij exact gelegen heeft is Historisch Emmen helaas niet bekend.


Straatzangers: Omhoog

In de collectie Brands is een lied aanwezig dat over een gebeurtenis in Roswinkel vertelt. In de vorige eeuw trokken straatzangers van deur tot deur om het laatste nieuws uit het dorp aan de mensen te vertellen (of voor te dragen). Van zo'n straatzanger kon men tegen betaling van ongeveer een stuiver, een vers kopen dat dan voorgezongen werd. Op deze manier kon men de laatste nieuwtjes en schandalen uit het dorp te weten komen. Het vers dat ik Historisch Emmen publiceert dateert uit ongeveer 1890 en heeft drie cent gekost. Zo'n vers was geen verzonnen verhaal. Het onderstaande is dus werkelijk gebeurd. Geniet en huiver:

Komt vrienden wilt aanhoren,
en luistert naar mijn lied.
en geen men stelt te voren,
in Roswinkel is geschied.
Geeft er moeite en verdriet.

Daar waren twee geliefden, en
die beminden elkaar
En scheen wel dat die minnaar,
een valsche minnaar waar.
Ja, dat duurde zo zeven jaar,
heeft hij met haar gedaan
En nooit is 't eerlijk meissien,
met een ander gegaan.
Dus is dat niet knap gedaan.

Gij lafaard moogt u schamen, gij
zijt een beest gelijk
Gij volgt in ieder ogen, bij arm
en bij rijk
Ja bij 't minste dier gelijk komt
eens het kind ter wereld
Gij weet eens komt de tijd, dan
weet gij toch wel zeker
Dat gij de vader zijt.

Grote valsaard dat gij zijt, en
ook uw huisgenooten
Hebt gij geen schaamte meer, en
gaat uw kind ontstoken
brengt hem op het pad en eer. Zo
hebt bij geen schaamte meer.

Brengt dus uw zoon uw liefde,
weer op de rechte baan.
Spoort hem dus tot trouwen aan.
Nu gaat hij haar verlaten
Oh wat een deugeniet, vlucht nu
naar het Pruis gebied
Dan komt gewis gepeupel
Nu zet zich tot den strijd, dan
weet gij toch wel zeker
dat gij de vader zijt.


Beroepen: Omhoog

In 1654 telde Roswinkel, behoudens de keuterbedrijfjes, 34 boerenbedrijven.

Door het ontbreken van een goede bestaansbasis was het leven in Roswinkel vol onzekerheden. In een registratie van de schulte uit 1807 blijken de volgende beroepen: 22 keuters, 3 slachters, 5 kooplieden, 3 smeden, 3 kleermakers, 1 schoenlapper, 3 timmerlieden, 2 schoenmakers, 1 wieldraaier, 3 tappers, 2 vleeshouwers, 2 kuipers, 2 wevers, 4 ambtenaren, 1 klompenmaker, 1 stoeldraaier en 1 molenaar.

Uit de haarstedenregistratie blijkt dat er vele keuters onder de zorg van de diaconie vielen en registreerde de schulte tevens 23 armen en behoeftigen.

Voor smokkelaars lag Roswinkel natuurlijk heel gunstig. Het lag immers vlak aan de grens. In de vorige eeuw zijn de ook veel bewoners van Roswinkel wel eens stiekem de grens over geglipt om er goedkope goederen te halen. Eén van deze smokkelaars heette "Zolt" omdat hij veel zout de grens over smokkelde. Een andere bekende smokkelaar was Jan Plagge. Hij wist blindelings alle verborgen paadjes en weggetjes door het veen te vinden zodat hij ongezien de grens over kon komen.


Muntvondsten: Omhoog

In de gemeente Emmen zijn in de loop der eeuwen enkele muntvondsten waaronder zeker twee in Roswinkel. Wellicht zijn er nog meer vondsten gedaan, maar helaas worden niet alle vondsten openbaar.

Onderstaande vondsten zijn bekend bij het Geldmuseum te Utrecht, voorheen het Koninklijk Penningkabinet te Den Haag.

Bij muntvondsten onderscheidt men losse vondsten (één of enkele, waarschijnlijk verloren munten) en schatvondsten (meerdere tot soms vele honderden bewust verborgen munten). De munt vondsten in Roswinkel (1870) komen uit de Karolingische tijd (±750-950 na Chr.). Het was de tijd dat Christelijke zendelingen, zoals de bekende Bonifatius, naar het noorden van Nederland kwamen.

jaar vindplaats datering aantal metaal
1870 Roswinkel 820-890 144 zilver
1 goud

Boeken: Omhoog

De volgende boeken zijn bij Historisch Emmen bekend:
  • Jubileumuitgave 1883-1983 ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van de OLS I te Roswinkel.
  • Roswinkel, Vroeger en Nu, uitgave juni 1977.
Aanvullingen? Geef ze door:

Bronvermelding: Omhoog

  • G. van der Veen (die een deel van deze tekst oorspronkelijk heeft gepubliceerd).
  • Collectie Brands.
  • F. van der Veen, OBS De Dreske te Roswinkel.
  • Aanvulling door L.Grooten, OBS De Dreske te Roswinkel.
  • Aanvulling door G.Groenhuis.

 

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.