dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld

 

 

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

De politie van Emmen: Omhoog


De eerste politie: Omhoog

De eerste politieagent in Emmen was, evenals in andere Drentse dorpen, een kerspelsoldaat. Hij werd ook wel armenjager genoemd. Het aanstellen van een kerspelsoldaat was een besluit van de Drentse Landdag uit 1717. De opererende kerspelsoldaten waren in dienst van het kerspel en hadden een bezoldigde (betaalde) functie. De bijnaam armenjager kwam voort uit het feit dat ze bedelaars en landlopers moesten verjagen om de rust te kunnen handhaven.

De kerspelsoldaat was in vroeger tijden de dorpspolitiedienaar, de voorganger van de gemeenteveldwachter. Het was een eigenaardige naam voor een dienaar der politie. Een vreemde naam kwam niet alleen in Drenthe voor. Zijn collega in Friesland bijvoorbeeld heette biezenjager. Hij was de handhaver der orde, de schrik van de dorpsjeugd en vagebonden zoals rondtrekkende bedelaars. In het Oldambt wordt in officiële geschriften geschreven over de rooderoede of schrik. Deze schrik deed zijn naam eer aan als hij werkte met de tuchtroede of de "bullepijs".

Zo'n boeman is de kerspelsoldaat in Drente ongetwijfeld niet geweest. Door zijn uiterst sober bestaan was hij te zeer afhankelijk van de ingezetenen om zich ten volle als politiedienaar te doen gelden. Het merendeel van de beambten oefende een ander beroep uit naast hun gewone politietaak.

Aan het eind van de 18e eeuw luidden de door het landschapsbestuur gegeven voorschriften: blauwe rok met gele knopen, rode kraag en rode opslagen, blauw kamizool en broek, opgetoomde hoed met gele lis, en gewapend met snaphaan, twee pistolen en een sabel.

Deze voorschriften werden in een aantal kerspelen slecht opgevolgd. De wapens werden verstrekt uit het arsenaal te Assen, doch de kleding kwam ten laste van het kerspel, ook de vernieuwing daarvan. Dit laatste was ter beoordeling van de plaatselijke schulte en was afhankelijk van de toestand van de lokale geldmiddelen. Deze kerspelkas was in de regel niet goed gevuld en de bevolking, die voor de beloning van de politiedienaar hoofdelijk werd aangeslagen, voelde niet veel voor een extra belasting.

Dit bleek toen in 1804 Drost en Gedeputeerden de schuIten vragen stelden over de kerspelpolitie in hun schultambt. Vragen aangaande hun kleding en bewapening, traktement, leeftijd, dienstjaren en geschiktheid voor hun ambt. Eigenaardige toestanden kwamen daarbij aan het licht.

In nagenoeg alle kerspelen moest de politiedienaar zijn salaris persoonlijk bij de ingezetenen invorderen. Daartoe ging hij elke maand langs de huizen om de enkele stuivers, die door de kerspelvolmachten waren vastgesteld, te innen. Voldeden de inwoners daaraan dan kon een kerspelsoldaat aan het volgende salaris komen:

  • In Roswinkel, de laagst bezoldigde in Drenthe, 20 gulden per jaar en 4 mud rogge;
  • In Hoogeveen, het hoogste salaris, 132 gulden per jaar;
  • In Coevorden 2 gulden per week;
  • In Meppel 125 gulden per jaar. De schulte vond dit inkomen, zolang de man zijn beroep als wever uitoefende, voldoende. Deze autoriteit schreef dat dergelijke mensen "niet al te hoog" moesten worden betaald en dat zij het beste te gebruiken waren wanneer zij een bestaan hadden "welke niets voor onnoodzakelijke uitgaven overlaat".

Het grootste deel der politiemannen hadden bijverdiensten om hun schamele traktementen wat te verhogen. De kerspelsoldaat van Schoonebeek, die lezen noch schrijven kon, ging met negotie de boer op, die van Hoogeveen was ook landarbeider, de kerspelsoldaten van De Wijk en Koekange waren behalve goede politiemannen ook goede dagloners, hun collega te Peize was kleermaker en die van Eelde verver en glazenmaker. De schulte van Zweeloo schreef dat zijn kerspelsoldaat niet de meest oppassende was en over de kerspelsoldaat van Sleen "kon niet veel geroemd worden". De ordebewaarder van Vledder was 80 jaar en die van Ruinen was "gebroken". De kerspelsoldaat van Eelde leed aan "zwakheid en ongesteldheid van hersenen". De functionaris van Oosterhesselen was 73 jaar en die van Roderwolde 74 jaar. De schulte van Rolde was over zijn 70 jarige politiebeambte zeer tevreden. De man werd zeer ijverig bevonden en kon nog wel enige jaren zijn functie waarnemen.

De soldaat van Emmen was "niet zeer geschikt en zijnde lomp en lui" evenals die van Roswinkel.

Drost en Gedeputeerden achtten het noodzakelijk dat het Drentse politiekorps op een hoger peil werd gebracht en meenden dat daarvoor in de eerste plaats nodig was een verbetering van het salaris, dat naar hun oordeel ten minste 5 gulden per week en vrije woning moest bedragen. De schuIten konden zich daarmee in principe verenigen maar waren wel van oordeel dat de voorgestelde verhoging van het salaris onuitvoerbaar was, omdat de ingezetenen geen zwaardere lasten konden dragen.

Het Drentse bestuur besloot toen tot ontslag. Van de 39 kerspelsoldaten die Drenthe bezat werden er 26 ontslagen. Een derde gedeelte werd gehandhaafd en kregen een salaris volgens de voorgestelde regeling. De provincie werd in 13 politiedistricten verdeeld maar de te bewaken rayons werden daardoor zo uitgestrekt, dat er in de praktijk geen sprake meer was van enige politietoezicht.

Deze toestand heeft niet lang bestaan. In het eerste jaar van de inlijving bij Frankrijk kwamen de burgerlijke gemeenten tot stand. De kerspelsoldaat verdween en de gemeenteveldwachter deed zijn intrede.

B.Schram:

Rond 1811-1848 (tijdens en na de Franse tijd) werd in Emmen "maire" Jan Jacob Willinge bijgestaan door één handhaver der "openbare orde", Bartholomeus Schram. Wanneer Schram werd aangesteld is niet bekend. Schram was op 4 maart 1791 geboren in 's Hertogenbosch. Op 7 augustus 1815 huwde hij te Emmen met Josina Janssen uit Leiden. Of hij toen al was aangesteld is niet duidelijk maar ruim 8 maanden na zijn huwelijk geeft hij bij de geboorte van zijn zoon aan veldwachter te zijn.

J.H.Jekel:

Na Schram nam de in Nassau Dillenburg geboren heer J.H.Jekel deze taak over. Hij was een gepensioneerde onderofficier en had bij zijn aanstelling als gemeenteveldwachter reeds de respectabele leeftijd van 60 jaar bereikt.

M.Ennen:

Menko Ennen was gemeenteveldwachter van Emmen in de jaren 1881, 1882 en 1883. Hij werd bijgestaan door de bedienden G.Muller en R.Wever. Menko (foto links) mocht gratis in het "nieuwe gemeentehuis" wonen. In de bijbehorende moestuin verbouwde hij zijn eigen sla, bonen en aardappels. Als tegenprestatie moest hij het gemeentehuis en de meubels die er in stonden schoonmaken, de kachels aanleggen en de siertuin onderhouden.

Foto Historisch Emmen politie veldwachter Menko Ennen Menko Ennen werd geboren op 22 december 1843 te Haren. Zijn ouders vertrokken in 1853 vanuit Nieuw Scheemda naar Anloo. Menko kwam (uiterlijk) 26 jaar later in Emmen terecht want hij huwde op 05-06-1879 in Emmen met Johanna Hendriks Hof (geboren 17 juli 1857 te Oost Stellingwerf).

Ze kregen drie kinderen, waaronder Herman Ennen (geboren 07 maart 1880 te Emmen). Herman Ennen is de grootvader van de huidige generatie Ennen, woonachtig in Nieuw Zeeland.

Na 1883 vertrok Menko met zijn gezin naar Vledder waar hij brigadier van de rijksveldwacht werd.

Menko overleed in Anloo op 26 juli 1914. Zijn vrouw Johanna Hendriks Hof overleed op 22 september 1898 te Vledder.

H.ter Brugge:

Harm ter Brugge Foto Historisch Emmen politie veldwachter Harm ter Brugge was bediende bij de gemeente veldwacht van Emmen in de jaren 1892 tot zeker 1919.

Uit de familiegeschiedenis valt af te leiden dat de foto rond 1898 is gemaakt. Op de foto Harm ter Brugge in uniform met sabel, zijn vrouw Aaltje Vogelzang, rechts Jan (4 jr.) en links Harm (ca.7 jr.).

Foto: Collectie J.H.ter Brugge, Amsterdam


Ontstaan gemeentepolitie: Omhoog

De gemeente Emmen werd op grond van het politiebesluit van 1945, bij Koninklijk Besluit van 22 december 1945, aangewezen als een gemeente met gemeentepolitie. Op 1 november 1946 ontstond dit gemeentelijke politiekorps. Van de 70-75 Rijkspolitieambtenaren gingen 34 over naar de gemeentepolitie van Emmen. Anderen gingen over naar standplaatsen buiten Emmen.

Herinnerend aan de bezettingsjaren sprak burgemeester Gaarlandt tijdens de installatie van het korps op 1 november 1946:

"In deze jaren is een stemming van onverschilligheid ontstaan en de sport van wetsontduiking is een geringschatting van de wet overgebleven." Vervolgens: "Schier op elk terrein ontbreekt orde, ik behoef het u niet te vertellen. Gij, als politiemannen, hebt hier een zekere belangrijke taak; ieder uwer treedt als enkeling, als individu op; ieder uwer wordt dagelijks, bij dag en bij nacht voor vragen gesteld, die een dikwijls ogenblikkelijke oplossing vragen, die gij slechts persoonlijk met uw kennis, ervaring en tact moet weten op te lossen."

"Elke zijde van de taak van den politieman heeft een persoonlijk karakter. Bij het opsporingswerk, bij het bewaren van de orde en rust - telkens komt het erop aan, hoe hij zich als mens gedraagt en reageert op de gedragingen van zijn medemensen. Spant het, dan kan één verkeerde handeling, één verkeerd gesproken woord, ernstige gevolgen hebben. Begrip voor de feiten, voor de samenhang van feiten, vooral "feeling" wordt van u gevraagd. Moeilijk is uw taak, maar daarom juist mooi: zelfstandig denken en handelen wordt van u geëist. En dit geldt in zeer sterke mate voor een gemeente als Emmen, welke, door zijn uitgestrektheid van u allen, extra veel vergt, waar op ver uiteen liggende posten de veldwachter zijn plicht moet doen in den goeden oud Nederlandschen zin. Contact met de bevolking moet er zijn, zonder dat het gezag verloren gaat; gedegen politionele kennis wordt van u gevraagd naast vaderlijk optreden, terwijl gij toch in uiterlijk en optreden de man in uniform moet blijven."

De burgemeester besloot zijn toespraak met de verwachting uit te spreken, dat allen plichtbetrachting, getrouwheid aan de wetten en het wettig gezag, ijver en arbeidsvreugde zouden tonen en gaf van zijn kant de verzekering, de rechten der politiemannen waar mogelijk te zullen verdedigen en het contact tussen de mannen onderling zeer op prijs te stellen opdat een goede korpsgeest van het grootste belang was.

Tot de heer Hoek, de eerste korpschef van Emmen, zei Gaarlandt dat hem een moeilijke en veelomvattende taak wachtte; de opbouw en organisatie van het korps.

Foto Historisch Emmen korpschef D.Hoek politie in Emmen De heer Hoek antwoordde vervolgens dat hij dankbaar was de functie te mogen vervullen en dat het ook zijn inzicht was dat een goede korpsgeest in de eerste plaats een voorname factor was. "De onderlinge verhouding moet collegiaal en kameraadschappelijk zijn en men moet niet trachten elkaar de vliegen af te vangen om een goede beurt te maken. De prestaties van het korps moeten hoog gehouden worden. Wij zijn nog maar net op halve kracht en verg van iedere man 200 percent. Een overladen programma moet worden afgewerkt naast het behalen van de diploma's. Maak er geen gewoonte van te kankeren, maar kom met uw klachten bij mij." Vervolgens deelde hij mede te overwegen een vertrouwenscommissie in het leven te roepen.

Vervolgens installeerde burgemeester Gaarlandt de 34 uit het korps Rijkspolitie overgekomen politieambtenaren: H.Spreen, K.Siebrand, C.M.Bergh, E.Diepenbroek, B.Komduur, A.Lampe, H.Lever, J.Velt, Th.A.Walstra, F.J.v.d.Weerd, A.Dilling, J.Jongkind, R.D.Middel, H.Bakker, A.Engels, J.Gruben, L.v.d.Heide, T.Klein, D.v.d.Meer, R.Meijer, H.Pluyter, B.Schotpoort, D.Wever, G.Bartelds, H.Beuker, J.Blaauw, A.Derks, A.J.v.d.Duin, J.Gort, H.Heidema, M.Klok, R.Krikken, H.Migchels en J.B.Suelmann.

Het korps bestond toen uit:

  • 1 hoofdinspecteur in de rang van ambtenaar 2e klasse - de heer Dirk Hoek, geboren 29 augustus 1906 te Beerta, werd de eerste korpschef van Emmen.
  • 1 inspecteur - de heer J.B.Weinans. Hij was tot dan reserve 1e luitenant bij de grenswacht.
    Kwam dien ten gevolge pas 1 juli 1947 in functie.
  • 1 adjudant - de voormalige chef veldwachter Spreen. Hij werd voor een groot deel belast met de opleiding van het grote aantal (20) ongediplomeerde personeelsleden.
  • 8 hoofdagenten
  • 3 agenten 1e klasse
  • 9 agenten 2e klasse
  • 11 aspirant agenten
  • 1 administratieve ambtenaar

Korpschef Hoek kweet zich uitstekend van de zware taak het korps na de oorlog weer op te bouwen en op volledige sterkte te krijgen. De toegestane korpssterkte mocht 55 medewerkers bedragen doch de feitelijke sterkte was bij de installatie aanzienlijk lager. De gemeente Emmen bleek echter wel in trek te zijn, want uit het gehele land werden personeelsleden aangetrokken, die werkzaam waren bij rijkspolitie, parketwacht, gestichtwacht of andere politiekorpsen. Het was de grote verdienste van Hoek dat op 16 mei 1947 het korps voltallig was. Zelf had hij al eens de uitspraak gedaan een betere personeelschef te zijn dan politieman.

Door toename van de bemoeienissen van de politie met minderjarigen moest ook de sterkte van de kinderpolitie verhoogd worden. Onder leiding van Hoek deed in 1955 ook de eerste vrouw in het korps haar intrede. Het was mevrouw v.d.Dool in de functie van assistente bij de kinderpolitie.


De eerste commissaris: Omhoog

In 1957 werd Emmen een commissariaat van politie. Bij koninklijk besluit van 18 februari werd korpschef Hoek de eerste commissaris van de politie in Emmen in de rang van hoofdambtenaar 3e klasse. Feitelijk veranderde er daarmee niet zoveel. Het grote verschil was dat de justitiële verantwoording niet langer bij de burgemeester lag maar bij de commissaris. Het was het hoogtepunt uit zijn carrière die in 1930 als volontair was begonnen in Harderwijk. Na 9 maanden werd hij hulpschrijver in Breda, vervolgens klerk te Amersfoort, in 1934 bevorderd tot adjunct inspecteur en in 1937 maakte hij promotie tot inspecteur tweede klas. Vervolgens werd hij in Zwolle benoemd tot inspecteur 1e klas om uiteindelijk zijn loopbaan in Emmen voort te zetten. Op 1 januari 1953 werd Hoek bevorderd tot hoofdinspecteur van de gemeentepolitie in de rang van ambtenaar 1e klasse.

De heer Hoek was iemand die zichzelf nooit op de voorgrond plaatste, sprak nooit over eigen verdiensten maar toonde zich steeds erkentelijk voor de medewerking van het gemeentebestuur de burgemeester en niet in het minst ook van zijn medewerkers. Hij werd geprezen om zijn welwillendheid, zijn vriendelijke tegemoetkomendheid en menselijk begrip.

Hij vervulde zijn taak tot 1 januari 1967, wegens het bereiken van de 60 jarige leeftijd. Aan de scheidende commissaris Hoek werd door de nieuwe burgemeester H.A.Beusekamp, in het bijzijn van de commissaris van de koningin in Drenthe en oud burgemeester van Emmen Gaarlandt, de koninklijke onderscheiding "Officier in de orde van Oranje Nassau", uitgereikt.

 

Foto Historisch Emmen politie korpschef A.W.Hilbers Opvolger werd de heer A.W.Hilbers (foto links), die de functie van hoofdinspecteur verruilde voor commissaris. Hij werd op 1 mei 1967 benoemd. Hilbers was één der velen die door Hoek was aangenomen en tot het korps toetrad. Hij was op 16 mei 1953 als inspecteur van het Groninger korps overgekomen. Op 16 september 1971 werd Hilbers hoofdambtenaar 2e klasse. Hij bleef tot aan zijn pensioen, januari 1981, korpschef.

De heer G.E.de Vries, tot dan waarnemend korpschef en eveneens door commissaris Hoek aangenomen, werd op 1 februari 1981 de nieuwe korpschef. Om gezondheidsredenen legde De Vries al in 1990 het werk neer. Commissaris J.J.Geerdink nam gedurende het ziek zijn van De Vries waar.

Op 1 november 1990 werd J.H.M.Van den Bergh uit Eindhoven korpschef van de Emmer politie. In 1989 werd begonnen met een ingrijpende reorganisatie bij de politie, met als doel efficiënter en goedkoper werken en tevens de toenemende criminaliteit beter te kunnen bestrijden. Na enkele jaren ontstond de Politiewet 1993. De gemeentelijke korpsen en het korps rijkspolitie werden omgevormd tot regionale korpsen en het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD). Hierdoor heeft de heer Van den Bergh zijn functie maar tot 1 juni 1992 kunnen uitoefenen.


Tijdens WO II: Omhoog

De maatregelen van de Duitse bezetter stelden de politieambtenaren vaak voor ernstige gewetensconflicten. Bij de uitvoering van de vele maatregelen van de bezetter nam de politie een sleutelpositie in.

Er zijn een tweetal tegenstrijdige zaken gepubliceerd over de houding der politie tijdens WO2:

  • In het gedenkboek 1946-1971 staat vermeldt dat velen uit het goede hout gesneden bleken te zijn en zich niet leenden voor handlangeractiviteiten. Anderen werden ontslagen of namen ontslag. Enkele zagen kans actief of passief verzet te plegen. De politiegelederen werden in de oorlogsjaren door de bezetter opengesteld voor personen die bereid waren mee te werken aan het doel van de bezetter. Het korps der gemeenteveldwachters in Emmen kende ook twee personen die zich "als vrijwilliger" voor propagandadoeleinden naar het oostfront lieten zenden. Zij keerden enige maanden later weer in hun functie terug. Zo kwam de politie niet geheel ongeschonden de oorlogsjaren door. Zij die zich on-Nederlands hadden gedragen werden naderhand uit de dienst verwijderd.


  • In het boek "Emmen in bezettingstijd" staat echter, citaat: "De gemeentepolitie van Emmen heeft zich, anders dan in het gedenkboek Gemeentepolitie Emmen, 1946-1971 wordt voorgesteld, door de Duitse bezetter laten gebruiken. Geen van de achttien gemeenteveldwachters heeft zich uit de dienst laten ontslaan. Bij de grote jodenvervolging in oktober 1942 deed de gemeentepolitie, zoals uit haar maandrapporten blijkt, het vuile werk, hoewel slechts twee van de achttien politiemensen lid van de NSB waren. Wie als illegaal werker in de politiecel van Emmen was beland, had weinig kans daaruit te ontsnappen. Toen de verzetsgroep Emmen na de arrestatie van de verzetsman Albert Beens politiechef Spreen benaderde in een poging het leven van Beens te redden, maakte zij geen schijn van kans. In 1943 werd de gemeentepolitie met de rijkspolitie samengevoegd. In de laatste twee oorlogsjaren heeft een aantal politiemensen het verzet actief gesteund. De ironie van de geschiedenis wil, dat het verzet van de NSB korpschef van de nieuwe staatspolitie in Emmen, de luitenant, later kapitein Jansen meer medewerking kreeg, dan het ooit van de bange niet NSBer Spreen had gehad. Jansen werd om die reden na de capitulatie in '45 door een deel van de illegaliteit beschermd, hetgeen bij een ander deel op groot verzet stuitte."

Vigilat ut quiescant: Omhoog

Foto Historisch Emmen ster op pet politieIn 1939 is op de pet het "oude" gemeentewapen (met keerploeg en turfsteker) aangebracht. Boven dit wapen was een embleem aangebracht (in de vorm van de letter O) wat "het alziende oog van justitie" voorstelde. Na het gemeentewapen kwam in de jaren zestig de bekende springende Nederlandse leeuw op de pet. De Nederlandse leeuw werd weer vervangen door de politiester met daarin verwerkt het zwaard en en het wetboek. Op de ster stond de Latijnse spreuk: "Vigilat ut quiescant". Vertaald: "Hij waakt opdat zij kunnen rusten". Met "zij" werden de burgers in de samenleving bedoeld. De politiester heeft tot 1993 de uniformpet mogen sieren waarna het beeldmerk met vlam en wetboek werd ingevoerd. De verkeerspolitie droeg in tegenstelling tot hun collega's altijd een witte pet.

Enige cijfertjes: Omhoog

 

  1946 1951 1956 1961 1966 1971
Inwoners gemeente Emmen 53.492 57.601 62.486 66.771 74.307 80.713
Toegestane korpssterkte 55 58 70 82 100 112
Aantal inwoners per agent 972 993 892 814 743 720



  Wetboek van
strafrecht misdrijven
Economische
delicten
Verkeersdelicten Andere delicten Totaal
  ter
kennis
opgelost ter
kennis
opgelost ter kennis opgelost ter kennis opgelost ter kennis opgelost
1948 428 264 143 143 - - 9 9 580 416
1949 393 254 8 8 - - 18 18 419 280
1950 437 321 - - - - 1 1 438 322
1951 482 311 - - - - 29 28 511 339
1952 398 245 7 7 21 21 12 12 438 285
1953 365 241 - - 24 24 11 11 400 276
1954 390 331 1 1 39 39 10 10 440 381
1955 447 329 - - 58 56 4 4 509 389
1956 309 230 1 1 82 75 2 2 394 308
1957 341 266 - - 84 84 5 5 430 355
1958 367 271 - - 58 55 5 5 428 331
1959 442 307 2 2 72 68 5 5 521 382
1960 356 261 - - 74 65 9 9 439 335
1961 489 386 - - 75 75 6 6 570 467
1962 441 307 1 1 104 93 - - 546 401
1963 459 349 - - 152 137 - - 611 486
1964 498 349 1 1 194 176 - - 693 526
1965 524 339 - - 211 183 1 1 736 523
1966 663 443 - - 214 196 4 4 881 643
1967 801 456 - - 259 221 2 2 1062 679
1968 926 450 - - 216 166 8 8 1150 624
1969 1084 524 - - 226 137 19 19 1329 680
1970 822 467 - - 352 181 25 25 1199 673

Bronvermelding: Omhoog

  • Gerrie van der Veen (die een deel van deze tekst oorspronkelijk heeft gepubliceerd)
  • Afscheidsboek commissaris Hoek. Collectie S.Hoek Beugeling.
  • "Zuidoost Drenthe op weg naar een nieuwe toekomst III" door H.T.Buiskool.
  • Onder de naam "Bruino" begin jaren 70 gepubliceerde historische artikelen over Emmen in het Emmer Weekblad.
  • "Gemeentepolitie Emmen 1946-1971" ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van het korps. Collectie W.Nijmeijer.
  • "Politie in het Veen" door T.van der Werf.
  • "In en rond Emmen" Uitgave VVV Emmen.
  • Emmer Courant 3 januari 1991.
  • Het maandblad "Drenthe" februari 1937. Artikel B.Lonsain, "de kerspelsoldaat".
  • Aanvulling L.Henstra.
  • Aanvulling H.Bos.
  • Aanvulling J.H.ter Brugge
 

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.