dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Cultuur
dot Straatnamen

dot Gemeente archief
De historie van Emmen in woord en beeld

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

Tweede Wereldoorlog - De oorlogsjaren 1940-1945: Omhoog


Emmen in de oorlogsjaren 1940-1945: Omhoog

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was Emmen een noodlijdende gemeente. De vervening, die in de tweede helft van de negentiende eeuw een hoge vlucht had genomen en voor een sterke bevolkingsgroei had gezorgd, liep op haar eind. Er was veel werkloosheid en armoede die door de crisis in de economie van de jaren dertig nog werd verergerd. Steun en werkverschaffing boden nauwelijks een oplossing.

Het gemeentebestuur onder leiding van de energieke burgemeester Bouma deed wat het kon, maar kon geen ijzer met handen breken. Men was met handen en voeten gebonden door strakke voorschriften uit Den Haag. Door het chronisch tekort op de gemeentebegroting stond Emmen ook nog onder curatele van het Rijk.

Eén van de oplossingen voor de problemen, die door Den Haag was opgelegd, was uitzending van arbeiders naar Duitsland. Daar was na de Machtübernahme door Hitler in 1933 weer vraag naar arbeidskrachten ontstaan en de Nederlandse regering zette het gemeentebestuur van Emmen onder grote druk de mogelijkheden in Duitsland te benutten.

Aan arbeiders die werk in Duitsland weigerden, mocht geen steun worden verleend en zij moesten worden uitgesloten van de werkverschaffing. Het gevolg hiervan was, dat in 1937 enige duizenden Emmenaren in Duitsland werkten. Sommigen vlak over de grens in de veenderijen, anderen verder weg in het Roergebied.

De politieke situatie in Duitsland, de dictatuur en de jodenvervolgingen speelden bij de besluitvorming inzake de tewerkstelling in Duitsland, noch in Den Haag, noch in Emmen een rol van betekenis. Zelfs de SDAP'ers in de gemeenteraad accepteerden de uitzending van arbeiders naar Duitsland. De Arbeitseinsatz tijdens de bezetting zette in Emmen eenvoudig voort wat al jaren gebruikelijk was.

De crisis die in Emmen al direct na de Eerste Wereldoorlog begon, doordat toen de turf productie ineenstortte, maakte de bevolking ontvankelijk voor de lokstem van de NSB. De propaganda van Mussert maakte handig gebruik van de ontevredenheid van boeren, middenstanders en andere kleine zelfstandigen.

De NSB kwam daarmee met dezelfde boodschap als de nieuwe boerenbond Landbouw en Maatschappij, waarvan het zwaartepunt in Drenthe lag. Boerenland in eigen hand was de leus. Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 1935 stemde in Drenthe 11,19 procent van de kiezers op de NSB. In de landbouwdorpen Weerdinge en Roswinkel waren die percentages nog veel hoger, in Weerdinge 20,3 procent en in Roswinkel 22,3 procent.

Toch kreeg de partij van Mussert in Drenthe maar weinig leden en in Emmen was dat niet anders. Men zal daarom het stemmen op de NSB in de eerste plaats als een protest tegen de traditionele politieke partijen moeten opvatten. Het succes van een andere nieuwkomer in de politiek, de CDU, wijst in dezelfde richting. Het diep gewortelde besef dat men door Den Haag niet alleen voortdurend in de steek werd gelaten, maar zelfs als een voetveeg werd behandeld, moet door de Duitse inval zijn versterkt.

Bron: "Emmen in bezettingstijd" door dr. G.Groenhuis. ISBN: 90.9003420.x


De inval van de Duitsers: Omhoog

woII-10-mei-1940
Uit "Het Volk" 10 mei 1940.

Foto Historisch Emmen Tweede Wereldoorlog Hotel Postma
Duitse soldaat op wacht voor het gerechtsgebouw
aan de Hoofdstraat.

Foto Historisch Emmen Tweede Wereldoorlog Emmen
In augustus 1940 bezocht rijkscommissaris Seyss Inquart Emmen om zich op de hoogte te stellen van de (slechte) economische omstandigheden in de gemeente. Foto genomen bij het gemeentehuis nabij het Marktplein.

Op enkele schermutselingen op de grens van de gemeenten Emmen en Sleen na werd voor Emmen niet gevochten. Op de eerste dag van de vijfdaagse oorlog in mei 1940 viel het grondgebied van de gemeente Emmen in Duitse handen. Het Nederlandse leger trok zich zo snel als mogelijk was terug achter de Afsluitdijk. Voor Emmen begon de bezetting al op 10 mei 1940.

Burgemeester Bouma paste zich opvallend snel aan de nieuwe situatie aan. Hij koos volgens mensen in zijn directe omgeving onmiddellijk partij voor de Duitse agressor. In maart 1941 zou hij als consequentie daarvan lid worden van de NSB. Persoonlijke frustraties waren bij deze overgang van niet geringe invloed. Bouma voelde zich door zijn antirevolutionaire vrienden in Den Haag, die hem een beloofd burgemeesterschap in een grotere plaats hadden onthouden, verkocht en verraden. Maar ook het voortdurend onbegrip voor zijn pogingen Emmen uit het slop te halen, zullen bij zijn beslissing de democratie de rug toe te keren een rol hebben gespeeld.

De eerste drie oorlogsjaren werden gekenmerkt door een zekere gelatenheid bij de meerderheid van de bevolking. Men paste zich zo goed en zo kwaad als het ging aan de nieuwe omstandigheden aan en schikte zich in de onaangenaamheden die de Duitse bezetting met zich mee bracht of pleegde lijdelijk verzet. De ramen werden verduisterd, de verboden bibliotheekboeken ingeleverd, de nieuwe radio verstopt. (Natuurlijk werden ook radio's ingeleverd.) De distributie was vervelend, maar in een agrarische omgeving als Emmen kon het voedselpakket heel lang zonder bon worden aangevuld.

Het gemeentebestuur onder leiding van burgemeester Bouma voerde getrouw alle opdrachten van de bezetter uit. Zo werden de meeste kerktorens van hun klokken ontdaan en zorgde burgemeester Bouma ervoor dat de 444 fietsen die hij begin '41 in zijn gemeente voor het Duitse leger moest vorderen tot het laatste rijwiel correct werden afgeleverd.

De geest van aanpassing kwam ook tot uiting bij de oprichting en het eerste optreden van de Nederlandse Unie, die aanvankelijk haar medewerking verleende aan de winterhulp Nederland en de Nederlandse volksdienst. In het winterhulp comité van Emmen werkten NSB'ers en niet NSB'ers onder voorzitterschap van burgemeester Bouma samen. De actieve Bouma maakte van de winterhulpacties een prestigezaak en zette het gemeentepersoneel en de onderwijzers aan de openbare scholen onder zware druk "vrijwillig" één procent van het salaris af te staan voor de winterhulp collecte. Bij de uitvoering van de winterhulp inzamelingen werd een voorname plaats ingenomen door mr. D.Loorbach, vooraanstaand lid van de Nederlandse Unie, die als jong jurist in gemeentedienst door Bouma met de organisatie van het winterhulp werk in Emmen werd belast.

Bouma werd bijgestaan door vier wethouders die bij zijn vertrek als Commissaris van Drenthe naar Assen in 1943 allen hun ontslag indienden. Van drie van de vier wethouders werd het aangeboden ontslag aanvaard, maar op aandringen van Bouma kreeg wethouder Zegering Hadders geen ontslag. Hij bleef de gehele oorlog in functie en werd na de bevrijding tot waarnemend burgemeester benoemd. Zegering Hadders bleef op zijn post na overleg met oud Commissaris De Vos van Steenwijk. "We hebben toen afgesproken dat ik zou aanblijven tot ik iets zou moeten doen dat tegen mijn geweten inging. Dat is nooit gebeurd", zei hij in een interview in september 1978.

Aan de goede gezindheid van geen van deze wethouders behoeft te worden getwijfeld. Wethouder Reuvers zat zelfs geruime tijd als "Indisch gijzelaar" vast en ook Zegering Hadders werd in 1942 enige weken opgesloten.

Noot: Henk Bos herinnert zich dat hij met enige volwassenen op een stuk land aan de Odoornerweg was. Toen kwam er een auto langs met Duitsers of Landwachten, doch ook Zegering Hadders. Ze reden richting Odoorn. Hij stak de hand op, ofschoon hij niemand op het land persoonlijk kende. Bos en de anderen hadden het idee dat hij hen wilde seinen dat hij werd meegenomen.

Niettemin werden zij door hun aanblijven onvermijdelijk medeverantwoordelijk voor de uitvoering van een aantal maatregelen van de bezetter die de belangen van de bevolking of een deel daarvan schade berokkenden. Zo was R. Zegering Hadders als wethouder voor armenzorg direct betrokken bij het ontslag van de joodse armendokters in de gemeente, De la Parra en Samson en als wethouder van onderwijs bij de registratie en uitstoting van de joodse kinderen uit het openbaar onderwijs. Zegering Hadders correspondeerde met dokter Samson over de financiële gevolgen van diens ontslag en wees op formele gronden het verzoek van Samson af zijn wachtgeld te verhogen omdat hij apotheek houdend arts zou zijn geweest.

Bron: "Emmen in bezettingstijd" door dr. G.Groenhuis. ISBN: 90.9003420.x


De rol der politie: Omhoog

Bij de uitvoering van de vele maatregelen van de bezetter nam de politie een sleutelpositie in.

De gemeentepolitie van Emmen heeft zich, anders dan in het gedenkboek Gemeentepolitie Emmen 1946-1971 wordt voorgesteld, door de Duitse bezetter laten gebruiken. Geen van de achttien gemeenteveldwachters heeft zich uit de dienst laten ontslaan.

woII-politie-1940
Het politiekorps in 1940.

Bij de grote jodenvervolging in oktober 1942 deed de gemeentepolitie, zoals uit haar maandrapporten blijkt, het vuile werk, hoewel slechts twee van de achttien politiemensen lid van de NSB waren. Wie als illegaal werker in de politiecel van Emmen was beland, had weinig kans daaruit te ontsnappen.

Toen de verzetsgroep Emmen na de arrestatie van de verzetsman Albert Beens politiechef Spreen benaderde in een poging het leven van Beens te redden, maakte zij geen schijn van kans.

In 1943 werd de gemeentepolitie met de rijkspolitie samengevoegd. In de laatste twee oorlogsjaren heeft een aantal politiemensen het verzet actief gesteund.

De ironie van de geschiedenis wil, dat het verzet van de NSB-korpschef van de nieuwe staatspolitie in Emmen, de luitenant, later kapitein Jansen meer medewerking kreeg, dan het ooit van de bange niet NSB'er Spreen had gehad. Jansen werd om die reden na de capitulatie in '45 door een deel van de illegaliteit beschermd, hetgeen bij een ander deel op groot verzet stuitte.

Bron: "Emmen in bezettingstijd" door dr. G.Groenhuis. ISBN: 90.9003420.x


De NSB: Omhoog

De NSB in de gemeente Emmen bleef gedurende de gehele oorlog een zeer kleine groep. Zij telde gemiddeld nooit meer dan ongeveer 250 leden. De bevolking liet hen grotendeels links liggen, waardoor de NSB een sterk geïsoleerde positie innam en haar lot steeds meer met dat van de Duitse bezetter verbond.

Verscheidene zoons van Emmer NSB'ers gingen naar het Oostfront. Charismatische leiders van wie een zekere uitstraling uitging, heeft de NSB in Emmen niet gehad. Burgemeester Bouma was een kille intellectueel, boerenleider Boesjes riep binnen zijn partij weerstanden op doordat hij onder meer openlijk zijn afkeer toonde voor het baasje spelen van veel partijgenoten in de duizend en één gecreëerde functies.

Leidde de tegenstelling tussen NSB'ers en niet-NSB'ers gedurende de eerste oorlogsjaren tot pesterijtjes over en weer, sinds 1943 kwam het steeds vaker tot gewelddaden. Op verschillende plaatsen in Drenthe werden boerderijen en schuren van NSB'ers in brand gestoken. Ook in Emmen kraaide de rooie haan. Omgekeerd traden NSB'ers als landwachter uiterst bruut op.

De landwachtterreur van Warrink en Smit eiste in de laatste oorlogsperiode tientallen slachtoffers. In het licht van deze terreur was de ondergrondse waakzaam tegen infiltratie en verraad. Hiervan werd in Zwartemeer de ondergedoken Oostfront deserteur Van Zeyst het slachtoffer. Hij werd, nadat men op zijn lijf een SS-zakboekje vond, als V-man geliquideerd, maar was in werkelijkheid een armzalige deserteur.

Bron: "Emmen in bezettingstijd" door dr. G.Groenhuis. ISBN: 90.9003420.x


De joden: Omhoog

woII-zuidbargerstraat-75
Zuidbargerstraat 75.
Hier hield Jacoba Omvlee de familie Ten Brink verborgen.

woII-huis-zefat
Het huis van Bertus Zefat in Valthe.

De ondergang van de joodse gemeenschap in Emmen in de herfst van 1942 vormde het dieptepunt van de bezettingstijd. Niemand kon op dat moment vermoeden dat de weggevoerde joden voor een groot deel onmiddellijk na hun aankomst in Auschwitz of Sobibor zouden worden vergast, maar dat hen in Polen een zwaar lot wachtte was bekend. "Zij gaan eruit en zij gaan eraan" schreef de Amsterdamse predikant Koopmans al in 1941 in een brochure die in Nieuw-Dordrecht door dominee Oppenheimer werd verspreid. Terugziende op de oorlogsjaren erkende de verzetsman Kikkert, die tijdens de bezetting in Emmen woonde, dat er te weinig is gedaan om de joodse levens te redden.

Een kleine groep moedigen bood joden die durfden onder te duiken een schuilplaats aan. De weduwe Jacoba Omvlee die de zorg voor acht kinderen had, verborg niettemin vier leden van de familie Ten Brink uit Nieuw-Amsterdam in haar woning aan de Zuidbargerstraat 75 in Zuidbarge. Noot: Jozef ten Brink (1895-1953), Hendrina ten Brink en de kinderen Samuel en Salco.

De gezusters Zikken gaven onderdak aan het gezin van Willy Daniel Cohen die zelf als eerste slachtoffer van de jodenvervolging al in december 1940 in Emmen was gearresteerd en later in Auschwitz vermoord. Tot het einde van de oorlog werden zijn vrouw en drie van zijn kinderen in de kleine boerderij aan de Valtherweg door de familie Zikken uit handen van de Duitsers gehouden. Noot: Marie Cohen-Grünberg, Daniël, (Resi?) en Alfred.

Bertus Zefat bood op zijn pluimveebedrijf in Valthe aan vele joodse onderduikers een schuilplaats en verzorgde hen toen de onderduikerplaats bekend was geworden, in hun onderduikersholen in het Valtherbos. Hij gaf zijn leven voor de opgejaagde joden door te zwijgen toen hij door de S.D. werd gearresteerd. Zo waren er nog enkelen. 

Ook kwam het voor dat Emmenaren joodse bekenden aanboden voor een onderduikadres te zullen zorgen, maar hun aanbod zagen afgeslagen. Soms, zoals in het geval van twee bejaarde joodse dames in de Hoofdstraat, omdat ze meenden door hun hoge leeftijd geen gevaar te lopen, in andere gevallen uit angst voor het concentratiekamp Mauthausen waarmee de Duitsers dreigden en ook wel omdat men familieleden die al in Westerbork zaten niet alleen wilde laten. Hoe erg het zou zijn, vermoedden ook de joden niet. We zullen in Polen hard moeten werken, maar we komen er wel doorheen, schreef één van hen naar familie in Emmen. Maar het merendeel van de joodse bevolking van Emmen werd weggevoerd en overleefde de oorlog niet.

Bron: "Emmen in bezettingstijd" door dr. G.Groenhuis. ISBN: 90.9003420.x
Correctie 8 augustus 2001, betreffende Jacoba Omvlee, door mevrouw E.D.Omvlee.


Het verzet: Omhoog

woII-Cornelis-Ouwerkerk
Cornelis Ouwerkerk
1914-1945
Direct na de oorlog overleden (in Utrecht) vanwege doorstane ontberingen in een concentratiekamp.

woII-Bernard-van-Wieren
Bernardus Carolinus van Wieren
1924-1945
Lid van de groep Luctor et Emergo.
Geboren: Nieuw-Amsterdam
Overleden: Lüneburg.

woII-Dirk-van-Ekelenburg
Dirk van Ekelenburg
1917-1945
Lid van de groep Luctor et Emergo.
Geboren: Vlaardingen

Eind 1941 werd hij beroepen als hulppredikant in Nieuw-Amsterdam. Sloot zich hier aan bij het verzet. Ving Franse krijgsgevangenen op uit de Moorkampen en hielp later Joodse medeburgers onder te brengen. Ook was hij redacteur uitgever van 'Luctor et Emergo', een illegale krant voor Zuidoost Drenthe. Op 25 januari 1945 werd hij in Schoonoord gearresteerd en via de gevangenis in Assen op transport gesteld naar het KZ Neuengamme bij Hamburg. Hij overleed op 28-jarige leeftijd in het Landeskrankenhaus van Neustadt, wat inmiddels door de Engelsen was ontzet, aan gevolgen van de ontberingen in het concentratiekamp.
Bron: Hans van Ekelenburg, Oorlogsgravenstichting

woII-Albert-Beens
Albert Beens
1918-1944
Geboren: Genemuiden
Overleden: Emmen

woII-Willem-Frieling
Willem Frieling
1917-1945
Willem was landbouwer van beroep. Hij werd o.a. lid van Binnenlandse Strijdkrachten (BS) en hield zich o.a. bezig met het vervoeren van wapens naar opslagplaatsen die door de geallieerden waren gedropt. Na zij arrestatie heeft Willem vele verhoren moeten ondergaan,maar hij heeft nooit een naam genoemd. Hij werd uiteindelijk overgedragen aan de Sichertsdienst (SD) in Assen. Op het moment van zijn executie bij Woeste Hoeve was hij 28 jaar oud.
Bron: Oorlogsgravenstichting

woII-Hendrik-Hadders
Hendrik Hadders
1915-1945
Geboren: Emmen
Hendrik had samen met zijn vader en broers een boerderij in de buurt van Emmen. Ze verborgen wapens voor het verzet. Op 13 januari 1945 werden Hendrik en zijn broer Willem gearresteerd. Hendrik werd geëxecuteerd bij “Woeste Hoeve”, hij was toen 29 jaar oud. Hij ligt begraven op de Oude Algemene begraafplaats in Emmen.
Bron: Oorlogsgravenstichting

woII-Wilko-Emmens
Wilko Emmens
1890-1945
Geboren: Nieuwolda
Emmens was getrouwd en had drie kinderen. Was beschuitbakker van beroep. In de oorlog werd hij plaatselijk commandant van de Ordedienst (OD) en leider van de Landelijke organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Hij hield zich o.a. bezig met het vervalsen van bonkaarten voor onderduikers. Daarnaast hielp hij met het opzetten van een vluchtroute van ontsnapte krijgsgevangenen en later ook van piloten. Na zijn arrestatie werd hij opgesloten in het Huis van Bewaring in Assen. Op het moment van zijn executie bij Woeste Hoeve was hij 54 jaar oud.
Bron: Oorlogsgravenstichting

Het georganiseerd verzet in Emmen kwam, evenals in de rest van het land, eerst in de zomer van 1943 na de grote stakingen tot stand. Daarvoor waren spontaan ontstane verzetsgroepen in de gemeente echter al geruime tijd actief. De directe aanleiding tot hun, ook landelijk gezien vroege optreden, was de stroom gevluchte krijgsgevangenen uit Duitsland afkomstig uit de vele kampen in het aangrenzende Emsland. Zij werden opgevangen, tijdelijk ondergebracht en vervolgens, soms op de fiets, naar Zuid-Nederland gebracht. Later hielp men op dezelfde wijze neergestorte geallieerde vliegers naar het Zuiden.

Na de totstandkoming van de verzetsgroepen in de gemeente Emmen nam het illegale werk hand over hand toe. Er werden ondergrondse bladen verspreid, waaronder het regionale weekblad Luctor et Emergo. De Zuid Drentse editie van dat blad werd later in Nieuw-Amsterdam gestencild. Het belangrijkste werk van de verzetsgroep in de gemeente Emmen was de hulp aan onderduikers. Het district Emmen van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers slaagde erin dankzij de medewerking van een aantal goede ambtenaren bij de distributiediensten, in samenwerking met de controledienst van het CDK, het Centraal Distributie Kantoor in de provincie en niet te vergeten dankzij de overvallen door de knokploegen op distributiekantoren en hulpposten nagenoeg selfsupporting te worden. Honderden onderduikers, voornamelijk uit de noordelijke provincies, konden met schuilplaatsen, persoonsbewijzen en bonkaarten worden geholpen. De onafhankelijke positie die het L.O.district Emmen binnen de landelijke organisatie innam, stuitte bij sommige leiders op onbegrip. Zij trokken er de conclusie uit dat er in Zuidoost Drenthe 'niets gebeurde'. Die conclusie was er volledig naast.

De verzetsgroep Emmen heeft voor het vele en goede werk dat zij verzette een hoge tol betaald. Zo viel in de zomer van 1944, toen de Je Maintiendrai-organisatie in Drenthe was opgerold, Cornelis Ouwerkerk in handen van de S.D. Hij keerde na de bevrijding nog wel uit een Duits concentratiekamp terug, maar was te zeer verzwakt en stierf aan de doorstane ontberingen in een ziekenhuis te Utrecht. Ook de Luctor et Emergo groep leed zware verliezen. In januari '45 werden Bernard van Wieren en Dirk van Ekelenburg gearresteerd. Beiden kwamen om. Bijzonder gruwelijk was de moord op Albert Beens, een ondergedoken Rotterdamse politieman die in Zuidoost Drenthe een hoofdrol in het verzet vervulde. Zeer ernstig in haar gevolgen was ook het oprollen van een deel van de B.S.-groep in januari 1945 waarvan onder meer de bij de Woeste Hoeve vermoorde Emmenaren Hendrik Hadders en Willem Frieling en Wilko Emmens uit Nieuw-Amsterdam slachtoffer werden. En de dodenlijst is helaas nog veel langer.

Niet alleen voor het verzet, maar voor de gehele bevolking was het laatste oorlogsjaar het zwaarst. De voedselsituatie bleef hier weliswaar relatief gunstig, maar burgemeester Best zette zich volledig in voor de rekrutering van dwangarbeiders voor de O.T., de Organisation Todt, die ook in Drenthe overal verdedigingswerken aanlegde in een wanhoopspoging de dreigende nederlaag te voorkomen. Een paar duizend inwoners van Emmen werden op het vliegveld Havelte en andere plaatsen in Drenthe aan het spitten en graven gezet.

Bron: "Emmen in bezettingstijd" door dr. G.Groenhuis. ISBN: 90.9003420.x


Generaal Christiansen: Omhoog


Generaal F.C.Cristiansen.

Emmen werd in het laatste oorlogsjaar één van de laatste verdedigingsbastions van de Duitsers. Na Dolle Dinsdag vluchtten duizenden leden van de NSB naar het oosten. Op 2 januari 1945 vestigde ook generaal F.C.Christiansen, opperbevelhebber van de Duitse Wehrmacht, zijn hoofdkwartier in de villa Lindenhof van Zegering Hadders.

Waarom deze generaal juist Emmen had uitgekozen om te bivakkeren is niet bekend, maar zijn aanwezigheid hier had in februari 1945 al ernstige gevolgen gehad. Op 22 februari 1945 immers bombardeerden Engelse vliegtuigen het huizenblok bij het station waar het stafkwartier van deze man was gevestigd. Het waren de gevorderde huizen van de families Schrage en Van Veen. De generaal kwam er goed af, maar er werden toen wel enkele huizen grondig verwoest en de twee zusjes Antoinette Greta en Gona Gea Scholten verloren bij die actie het leven.

Op de heide gelegen tussen de Roswinkelerweg en de Emmerdennen, halverwege de Emmer Stoomwasserij van Gritter - de machinefabriek van Steenbergen en de bosrand, was een kleine vliegstrip aangelegd. Deze vliegstrip was bedoeld voor het vliegtuigje waarmee Christiansen zich bij nood snel uit de voeten kon maken.

Ook stond er een speciale salonwagen op een zijlijn van de spoorlijn naar Weerdinge voor hem klaar. Het rijtuig kon overigens niet in Emmen worden gestationeerd, omdat de lijn in de oorlog was opgebroken en voor hergebruik was overgebracht naar Rusland. De rails werd in de loop van de oorlog stukje bij beetje weer aangelegd. In april 1945 was men tot Weerdinge gekomen.

(Bron: G.de Leeuw, Kroniek Historische Vereniging Zuidoost-Drenthe 4e jaargang nr. 1, maart/april 1995)

Op zondag 8 april 1945 was de generaal plotseling vertrokken. Men vermoedt dat de generaal, samen met zijn broer met een vliegtuigje vertrok vanaf de vliegstrip. Historicus dr. L.de Jong beweert overigens in zijn lijvige serie over Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, dat hij wél met het rijtuig van de “Cie. Internationale des Wagonlits” is vertrokken.

Zijn aanwezigheid in Emmen, waarvoor ook nog eens tientallen andere woonhuizen werden gevorderd, was aanleiding tot een geallieerd bombardement dat enige mensenlevens kostte, maar de man om wie het ging ongedeerd liet. Op 22 februari 1945 werd het gebied aan de Spoorstraat (tussen Allee en Minister Kanstraat) door bommen getroffen.

Noot: In de oorlog is er ook een bom gevallen en/of geschoten op het sporencomplex bij het spoorwegstation. Daarbij is één Duitser omgekomen. De Duitsers hielden daar continu de wacht, wellicht vanwege de salonwagen van Christiansen.

Ook werd Emmen in het laatste oorlogsjaar een toevluchtsoord voor vele evacués, die uit hun huizen waren verdreven en vluchtelingen, die hun huizen door de oorlog waren verloren. Dit plaatste de gemeente voor de nodige problemen.

Op maandag 9 april trokken Duitse colonnes 's avonds met hun voertuigen weg richting Odoorn.

Burgemeester Best die in 1943 Bouma als hoofd van de gemeente opvolgde, deed met zijn inspanning voor de O.T. veel kwaad, maar was merkwaardigerwijs volgens mensen die hem gekend hebben toch geen kwade kerel. Zegering Hadders zei na de oorlog van hem, dat hij zelfs heel wat mensen het leven redde. De doopsgezinde Best komt uit zijn redevoeringen en brieven naar voren als een nationaal socialistische idealist die het beste met Emmen voor had. Maar volgens Zegering Hadders was hij niet voor zijn taak berekend. Tijdens een zekere affaire liep hij opgewonden door het gemeentehuis en was hij volstrekt onaanspreekbaar, maar hij liet zijn wethouder van onderwijs bij benoemingen geheel de vrije hand, waardoor het mogelijk werd dat het mede door zijn inspanningen opgerichte lyceum dat onder leiding van dr. Wumkes in september '44 van start ging, zonder een enkele NSB-docent kon beginnen.

Bron: "Emmen in bezettingstijd" door dr. G.Groenhuis. ISBN: 90.9003420.x


Museum Ergens in Nederland: Omhoog

"Ergens in Nederland 1939-1945" is een verzameling militaria uit de Tweede Wereldoorlog verzameld door Erik Zwiggelaar.

Voordien was de verzameling uitgestald in een uitgebouwd woonhuis in Emmen, maar is uitgegroeid tot een echt museum. De verzameling, die vanaf de jaren 80 is opgebouwd, bevat poppen met uniformen aan, wapens, gereedschappen, enz.

Bezoek de indrukwekkende website: www.ergensinnederland1939-1945.nl


Bronvermelding: Omhoog

  • Correcties, aanpassingen en aanvullingen door H.Bos.
  • Correctie op 18 november 2009 door C.Hoekstra, betreft vliegstrip.
  • Tentoonstelling in 2006 samengesteld door de Historische Vereniging Zuidoost Drenthe in samenwerking met historische werkgroepen uit: Noordbarge, Zuidbarge, Weerdinge, Nieuw Weerdinge en Roswinkel.
  • "Drentsche kroniek van het bevrijdingsjaar" door Mr.G.A.Bontekoe. Uitgave: Van Gorcum Assen 1946.
 

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.