dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld

 

 

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Enquête dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

Bargermeer: Omhoog


Bargermeer Omhoog

Foto Historisch Emmen Bargermeer
1921: bouw van School V aan de Bargermeerweg

Foto Historisch Emmen Bargermeer
1922: School V en het woonhuis zijn gereed.

Foto Historisch Emmen Bargermeer
Bargermeer aangegeven op een kaart behorende bij "Het Plan in Hoofdzaak" uit 1958.

Bargermeer is de naam van een woonbuurt ingeklemd door Noordbarge en de industrieterreinen ten zuiden van de Dordsestraat. Bargermeer is nooit als een complete wijk ontworpen met als uitgangspunt een wijkgedachte en een wijkconcept. Het wordt wel omschreven als "mini woonwijk". Oorspronkelijk lag hier het noordelijkste deel van een meer met de naam Bargermeer.

Direct na de Tweede Wereldoorlog is ter lediging van de grote woningnood de woonbuurt Bargermeer gebouwd. In die jaren was artikel 20 van de Wederopbouwwet van kracht en ontliep de raad een tijdrovende procedure rond de vaststelling van een Uitbreidingsplan in Onderdelen. Ook boden woningbouwactiviteiten in dit kader een basis voor onteigening.

In deze buurt zijn verscheidene duplexwoningen gebouwd. Vier gezinnen in één dubbele woning. Twee voor en twee achter. De bewoner voor deelde de kelder met de bewoner achter. Werd vergeten de kelderdeur af te sluiten dan was het huis door de achter- of voorburen te bereiken via de kelder. Vanaf 1965 (na de inwerkingtreding van de Wet op de Ruimtelijke Ordening) was de raad verplicht om voor deze gebieden alsnog bestemmingsplannen vast te stellen. Voor Bargermeer is dat nooit gebeurd en daarom maakt dit woongebied nog steeds deel uit van "Het Plan in Hoofdzaak" voor het dorp Emmen.

Er is er veel te doen geweest over uitbreiding van deze buurt. Aan de zuidzijde van Bargermeer naast het spoor -de huidige Hoenderkamp- stond een woning die in 1917 door de familie A.J.Kuiterman [Arend Jan] betrokken werd. Eén van hun zonen was de bekende Emmenaar Hans [Johannes] Kuiterman [geb.20-01-1914] die in de jaren zestig één periode namens de PSP in de raad van Emmen heeft gezeten. Het bestemmingsplan voor uitbreiding van Bargermeer is door veel tegenwerking van Kuiterman nooit uitgevoerd. Later is deze tip grond opgenomen in het bestemmingsplan voor het Industrieterrein Bargermeer.

De eerste bebouwing in Bargermeer vond plaats langs de Bargermeerweg waar ook de Meester Vegterschool [vroeger school II] kwam te staan. Het echtpaar Vegter was enorm sociaal en maatschappelijk betrokken. Mevrouw E.C.VegterGroen was voor de Tweede Wereldoorlog het eerste vrouwelijke raadslid voor de SDAP.

De Bargermeerweg liep oorspronkelijk door tot aan het Oranjekanaal in Zuidbarge. Zij vormde de overgang tussen het voormalige Bargermeer en de Noord- en Zuidbarger Esch. De bomenwal langs de Abel Tasmanweg bij de DRAKA is nog een overblijfsel van deze weg.


Straatnamen

In een besluit van 8 april 1925 heeft de raad op verzoek van de "Handelsvereeniging alhier" voor het eerst namen gegeven aan straten en wegen in het dorp Emmen. Bij de uitvoering van dit besluit bleek het voor de praktijk echter noodzakelijk de begin en eindpunten hiervan nauwkeurig vast te leggen en tevens enkele aanvullende straatbenamingen op te nemen. Dit werd in de openbare vergadering van 30 augustus 1928 vastgelegd:
  • Bargermeerweg:

    "Vanaf de noordelijke grens van perceel sectie D no 9130 (woning h.d.s. II Emmen) tot de westgrens van de N.O.L.S."

Langs de Bargermeerweg en de Eigenhaardweg zijn voor de Tweede Wereldoorlog talrijke arbeiderswoningen gebouwd. De mensen leenden via de Landarbeidersbond het geld bij de van oorsprong socialistische en in Amsterdam gevestigde woningbouwvereniging Eigen Haard. Deze woningbouwvereniging is opgericht in 1909 met als doel: ".... in het belang der verbetering der Volkshuisvesting te Amsterdam werkzaam te zijn. Ter bereiking van haar doel streeft zij ernaar, woningen, die voldoen aan de behoeften van een in bescheiden financiële omstandigheden verkerend gezin, onbezwaard in eigendom te verkrijgen, teneinde deze bij voorkeur aan hare leden te verhuren".

Daarmee zijn de straatnamen van de Bargermeerweg en de Eigenhaardweg verklaard. De straatnamen de Hoge Loo, de Oude Loo en de Looweg duiden op de nabijheid van de Hoge Loo. De Hoge Loo [Het Loo] is voor de inwoners van Noordbarge het door de Hondsrugweg doorsneden bosje en het aan de zuidzijde daarvan gelegen weiland. Dat weiland werd door de toenmalige ‘hangjongeren’ voor allerlei doeleinden gebruikt. Jaarlijks werd op deze plek ook de paasbult van Noordbarge gebouwd. Menigmaal moest de brandweer de rieten daken van de boerderijen langs de Hogewandweg in Noordbarge nathouden bij het ontsteken van het paasvuur.

De straten Winkelakkers en Meerakkers zijn genoemd naar de in deze omgeving gebruikte veldnamen. Het huis van de familie Job Meenderman aan de Hoge Loo is van voor de Tweede Wereldoorlog en was toen alleen vanuit Noordbarge bereikbaar. Aan het eind van de Hogewandweg stond de boerderij van Gerard Pepping. Deze boerderij is afgebroken bij het doortrekken van de Hondsrugweg. Deze doortrekking heeft helaas in meerdere opzichten tot een abrupte scheiding tussen Noordbarge en Bargermeer geleid.


Het Bargermeer

Foto Historisch Emmen Bargermeer

Het Bargermeer was ooit een echt meer en lag ten oosten van de oude weg tussen Noord en Zuidbarge, tussen de twee zandruggen van de Hondsrug die bij Emmen zuidwaarts uiteen gaan. Op de oostelijke zandrug lag de kolonie Nieuw Dordrecht (Vastenow), het zandige en onvruchtbare Oosterveld, schraal begroeid met heide. Op de westelijke zandrug rees de Hondsrug stijl op uit het landschap met hierop de bemestte akkers van de boeren van Noord en Zuidbarge. Daartussen lag de natuurlijke laagte. Ten zuiden werd het begrensd door een uitgestrekt veengebied. Ten noorden tenslotte lag de 'Angelsche Diek', de weg tussen Emmen en het dorpje Angelslo. De boerderijen aldaar bleken het bij "hoog water" ook niet geheel droog te houden. Grofweg kan worden gesteld dat de industrieterreinen, die niet voor niets eveneens de naam Bargermeer dragen, dezelfde ligging hebben als het voormalige meer.

Van noord tot zuid was het meer ongeveer drie kilometer lang en van oost naar west ongeveer 1250 meter breed. Het besloeg een oppervlakte van zo'n 400 hectare. Dit was voor het droge Drenthe een hele waterplas!

Het zuidelijke gedeelte van het meer bestond in latere tijden vooral uit laag en hoogveen. Door deze veenvorming groeide het meer steeds dichter waardoor er hier en daar slechts een veenplasje overbleef. De oevers bleken niet bestand tegen weer en wind. De afgeslagen oevers zetten zich neer op de bodem van het meer waardoor het meer steeds ondieper werd en er pollen en dergelijke ontstonden. In de zomertijd groeide er heide, die op zijn (haar) beurt de veenvorming weer versnelde.

In de wintermaanden stroomde het overtollige water in het meer westwaarts af naar de Drosten A en door een stroompje met de naam Zuidbarger Delft ook wel Garming Delft genoemd omdat het dwars door enkele boerenhoeven stroomde, waaronder die van de familie Garming en Schirring. Deze families konden door dat toeval het privaatrecht laten doen gelden en deden dat dan ook door het zetten van aalfuiken, waardoor ze rijkelijk van vis voorzien werden. Het schijnt dat vlak voor het droogvallen van het meer nog fl 2000,- 3000,- gulden aan Garming is geboden om afstand te doen van dit recht, die dit aanbod evenwel niet aannam, hetgeen achteraf gezien een historische vergissing genoemd kan worden.

Het moet een prachtige omgeving zijn geweest. Als in de zomer de randen van het meer droogvielen lieten de boeren zo gauw het mogelijk was, hun vee op weiden. De boeren van Angelslo en Den Oever hadden, in tegenstelling tot de boeren van Noord en Zuidbarge, echter geen groene weidegronden voor hun vee. Slechts schrale gronden met heide hadden zij in ruime keus. De drooggevallen delen van het meer kwamen hen dus goed uit. Op deze drooggevallen modderige meerbodem groeiden vele grassoorten die door het vee met smaak verorberd werden. Ze beweerden bovendien dat dit gras zo goed was, dat de koeien meer melk gaven wanneer ze van dit gras aten. Het vee liep meestal al wadend te grazen. 's Avonds zochten ze zelf de stal weer op. Het gebeurde echter wel eens, dat één van de kalveren al grazende zonder het te merken op een stuk gras terecht kwam dat helemaal omringd was door ondiep water. Wanneer het jonge beest terug moest naar z'n stal, zag hij zich ineens op een eiland. Het durfde dan niet meer terug. De z.g.n. 'koejongen' moest er dan aan te pas komen om het angstige dier terug te halen.

Het meer was niet alleen een centrale plek voor de bewoners van Noord en Zuidbarge, maar ook voor die van Emmen en Westenesch, Den Oever en Angelslo waaraan het meer zowel 's zomers als 's winters plezier bood. In het voorjaar en in de zomer vertoefden er veel moerasvogels bij het Bargermeer. De bevolking maakte hier gebruik van door de eieren van de vogels te rapen. Vooral de bewoners van Den Oever stonden hierom bekend. Op de langste dag van het jaar, diende het meer "tot waskom van de heidekoning". De schapen werden door schooljongens tezamen gedreven en door boerenknechten staande in het water gewassen, onder toeziend oog van de schaapherder. Waren de schapen schoon dan begon 't vertier voor de opgekomen schapenwassers pas echt, met het massaal te water gaan, meestal onder het genot van sterke drank.

Behalve voor schaapherders, was de omgeving van het meer ook van nut voor iemkers die rond augustus met hun bijenkorven naar het meer trokken, omdat de boekweit in bloei stond. En wat te denken van de vlastelers? Het meer was de plaats waar het vlas werd geroot. (in een vast patroon in het water gelegd en gedurende 8 dagen onder water gehouden door veenplaggen waardoor de stengel beter wou afbreken) Elk Drents dorp had vroeger akkers waarop vlas werd gebouwd, de zogenaamde "lienstukken" of "lienakkers". In Angelslo is een straat zo genoemd. In de late herfst trokken de eendenjagers uit de Barger dorpen naar het meer. Liggend in hun zelfgebouwde kleine éénpersoonshutjes van zoden probeerden ze wilde eenden te schieten die door hun eigen tamme eend naar de plek des onheil gelokt waren.

De plaatselijke bevolking kende bij het meer een aantal gebieden, zoals "de Oevermans kollink", de plaats waar de schapen werden gewassen, maar ook "de poeten", zo genoemd naar de grote hoeveelheden "poetaal" die daar voorkwam. Zo rond 1906 heette een "meerstuk" ten zuidwesten van Angelslo nog "De Poeten". De paling diende overigens niet alleen als voedsel. Het vet werd gebruikt voor verlichtingsdoeleinden, de velletjes werden gebruikt als dorsvlegelriempjes.

De overlevering vertelt dat ooit de Munstersen, Emmen rovend binnen waren getrokken en de grootste van de twee klokken uit de Emmer toren hadden geroofd. Toen de Emmer bevolking daarachter kwam trokken ze achter de rovers aan dwars over het bevroren ijs van het Bargermeer. Daarbij zou de klok in het water terecht gekomen zijn om nooit weer boven te komen. Zelfs nadat de aanleg van het Oranjekanaal het meer had doen drooglopen kwam de klok niet tevoorschijn.

Het oude Bargermeer met vogels, eieren, koeien, schapen, boekweitvelden, vlas, jacht, visserij en ijs bestaat niet meer. Ervoor in de plaats kwam eerstens vruchtbare weidegrond, waar ook de stoomlocomotieven tuffend doorheen reden.

Het Bargermeer heeft plaats gemaakt voor een industrieterrein. Een eeuw later is er erg veel geld uitgegeven om het, overigens prachtige, meer rond Parc Sandur te realiseren.


Bronvermelding: Omhoog

  • H.Jeurink, voormalig medewerker gemeente Emmen en lid van de Historische Vereniging Zuidoost Drenthe
  • G.v.d.Veen (die een deel van deze tekst oorspronkelijk heeft gepubliceerd).
  • "De Nieuwe Drentse Volksalmanak" van 1906, artikel J.G.C.Vegter.
  • Kaartje 1820-1829 Collectie Brands
  • "Zuidoost Drenthe op weg naar een nieuwe toekomst deel III" door H.T.Buiskool.
  • "In en om de Gemeente Emmen" uitgave Vereeniging tot bevordering van het Vreemdelingen verkeer in Emmen omstreeks 1935-1940.
  • Emmer Courant 21 juli 1914.
  • Een publicatie van de gemeente Emmen van februari 1969.
  • "Geschiedenis van Emmen en Zuidoost Drenthe" onder redactie van Drs.M.A.W.Gerding, Mr.P.Brood, Prof.Dr.P.Kooij, Dr.G.Groenhuis, G.de Leeuw, Drs.A.N.Witter in opdracht van het gemeentebestuur van Emmen.
  • Onder de naam "Bruino" begin jaren 70 gepubliceerde historische artikelen over Emmen in het Emmer Weekblad.
  • "Emmen en Zuidoost Drenthe" een geografische monografie, door J.Visscher, uitgave Kemink en zoon N.V. te Utrecht p.77
  • Kroniek september 2001, uitgave Historische Vereniging Zuidoost Drenthe, artikel W.Visscher en T.van Wieren Bosklopper.
  • Drentse Courant 18 april 2000.
  • "Oes Kamnet" artikel van W.Alferink
  • "Geïllustreerde plaatsbeschrijving gemeente Emmen".
  • Correctie: H.Jansen
  • Correctie en aanvulling: A.de Graaf

 

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.