dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld

 

 

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Enquête dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

Emmerhout: Gat van Jansen: Omhoog


Kadastraal: Omhoog

Tussen de Schansstraat, de Schanswal, de Rondweg en de Laan van het Kwekebos ligt een grote recreatievijver die bekend staat als "het Gat van Jansen". De naam is ontleend aan Franz Jansen, die aan de oostelijke zijde van het zandgat, feitelijk aan de Rondweg, met het wegenlijnbedrijf Herder Jansen zijn boterham verdiende. Voordien werd het ook wel "Gat van Mees" genoemd.

De vijver is van oorsprong een zandafgraving waarvan het laagste niveau onder het niveau van het grondwater kwam te liggen waardoor de afgraving zich met schoon helder grondwater kon vullen. Omdat het terrein voor publiek verboden was te betreden kon de natuur hier tientallen jaren ongestoord haar gang gaan. Het gevolg was dat er bijzondere planten groeiden en er zeldzame dieren voorkwamen.


Het gat van Kremer: Omhoog

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen
Hendrik Kremer met drie kinderen.
V.l.n.r. Hendrik Wiebe Blaak, Grietje Blaak, Guus Blaak.
De laatste twee zijn bij het zandgat geboren.

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen
Een zandzuiger in het zandgat.

Foto Historisch Emmen Hendrik Kremer en Grietje Gnodde
Hendrik Kremer en Grietje Gnodde.

Aan de Schanswal te Emmerschans, ongeveer tegenover de Rooms Katholiek Franciscuskerk, stond de boerderij waar Berend Kremer (†1941) en zijn vrouw Helena de Jonge (†1942) woonden.

Berend is eerst arbeider geweest later schipper en daarna weer arbeider.

Uit het huwelijk van Berend en Helena kwam een zoon voort die de zandafgraving zou stichten: Hendrik Kremer (1890-1969) geboren te Musselkanaal, gemeente Onstwedde. Net als zijn vader werd ook Hendrik schipper van beroep. Ook enkele broers zijn in de scheepvaart terecht gekomen.

Hendrik kwam door toeval in Zuidoost Drenthe terecht. Het was zijn werk dat hem hier bracht, het was de liefde die hem hier hield.

Hendrik voer op een vrachtschip van veertig ton met turf naar Friesland en kwam terug met veevoer en pootaardappelen. In Zuidoost Drenthe leerde hij Johanna Veenstra (1891-1916) kennen. Johanna was één van de vier dochters van Willem Veenstra die omstreeks 1900 samen met zijn neef Hendrik vanuit Akkerwoude naar Emmer Compascuum verhuisden.

Zij werkten als tussenhandelaar in het veen en waren “onderaannemers in het klein”. Toen het werk echter minder werd keerden ze terug naar Akkerwoude.

Hendrik Kremer en Johanna Veenstra huwden in 1912 te Emmen. Samen verdienden ze de kost als schippersgezin en het ging hen voor de wind.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd Hendrik opgeroepen voor de Marine en werd gelegerd op de HMS Heemskerk te Rottumeroog.

Johanna bleef als schippersvrouw werkzaam en werd daarbij ter zijde gestaan door haar zwager Rieks Kremer. In de winter van 1916 ging het schip voor anker in Akkerwoude. Johanna moest haar moeder helpen met de verzorging van haar zus Romkje, die de tering had. Romke overleed in februari 1916. Ook Johanna raakte echter besmet en overleed op 15 juni 1916, vier jaar na haar huwelijk, waardoor het huwelijk kinderloos eindigde.

Hendrik ging begin 1917 met onbepaald groot verlof en ging, samen met zijn broer Rieks en zijn zuster Aagje weer als schipper varen. Ook zijn zwager Willem Veenstra, 16 jaar oud, voer vaak mee.

Hendrik Kremer trad in 1920 te Emmen opnieuw in het huwelijk. Bruid was de weduwe Grietje Gnodde geboren te Borger. Uit haar eerste huwelijk, met Wiebe Blaak, waren drie kinderen voortgekomen. Uit het huwelijk van Hendrik en Grietje kwamen drie kinderen voort:

  • Helena Kremer, (* Emmen). Zij huwde met Jan Wolting.
  • Berend Kremer, (* Nieuwlande). Hij huwde met Egbertje Eiting.
  • Aly Kremer, (* Nieuwlande). Zij huwde met Hilbert Luchies.

Hendrik en Grietje verkochten het schip en gingen in Emmer Erfscheidenveen wonen, waarschijnlijk in de woning van Grietje Gnodde. In 1922 verhuisde het gezin naar Nieuwlande.

Omstreeks 1928 begon Hendrik Kremer achter de boerderij van zijn ouders aan de Hoogweg (vanaf 1969 Schanswal geheten) met een zandafgraving. Hoewel het exacte jaar niet 100% vast staat blijkt uit een vergunningsaanvraag gedateerd 23 mei 1957 dat op "bedoelde terreinen al meer dan 30 jaar scherp zand wordt gedolven". Met bedoelde terreinen werden de percelen bedoeld begrensd door de Hoogweg, de Schansstraat en de Oosterstraat.

Zes jaar eerder, op 7 februari 1951, vroegen Willem Kuiper te Nieuwe Weerdinge en Albert Blaak, wonende aan de Hoogweg 7, "onder beleefde mededeling, dat belanghebbenden reeds vanaf 1946 onafgebroken zand en grint op voormeld terrein hebben gedolven", een vergunning aan voor het mogen delven van scherp zand en grind op percelen gelegen ten oosten van de Hoogweg in eigendom van W.Kremer te Nieuwlande.

Albert Blaak was de stiefzoon van Hendrik Kremer. Hij bewoonde na het overlijden van zijn ouders, tijdens de Tweede Wereldoorlog, de ouderlijke woning. Albert huwde met Albertje Veldman en na haar overlijden met Anje Dijkema. Uit beide huwelijken kwamen drie kinderen voort, de stiefkinderen van Hendrik Kremer, die samen met hem achter de boerderij aan de Schansstraat zijn gefotografeerd. Albert Blaak emigreerde in 1953 naar Canada. Een gedeelte van de boerderij dat niet gebruikt werd ten behoeve van het zand- en grindbedrijf werd verhuurd aan de boerenfamilie Wasse.

Het is goed mogelijk dat Hendrik Kremer door de emigratie van zijn beoogde opvolger naar nieuwe mogelijkheden zocht om zijn zandwinbedrijf voort te zetten. Want vier jaar na het vertrek van Albert Blaak naar Canada verzochten, op 23 mei 1957, de heren H.Kremer (landbouwer te Nieuwlande), H.W.G Hoogwater (directeur van de NV Kliphuis bouwmaterialenhandel) en W.Kuipers (bedrijfsleider) het college van B&W een vergunning te verlenen voor het mogen delven van scherp zand en grind. Deze heren exploiteerden gezamenlijk het door hen opgerichte "Zandzuigbedrjf Emmen", kantoorhoudende Spoorstraat 5, de voormalige woning van de familie Kliphuis. Dit bedrijf is mogelijk in 1948 opgericht en maakte een grotere exploitatie mogelijk.

B&W van Emmen legden de vergunningsaanvraag van de drie heren neer bij de dienst Gemeentewerken. Op 6 december 1957 adviseerde de directeur dezer dienst, de heer G.Maas, B&W om "verzoekers te berichten het verzoek aan te houden hangende de beslissing inzake de bestemmingen van het ontwikkelingsplan Emmerschans". Er lag namelijk een prematuur plan om op een terrein ten zuiden van het dorp Emmerschans, gelegen tussen Randweg en Schansstraat, niet alleen scherp zand te winnen maar daar tevens een nieuwe wijk "De Schans" te realiseren. (bron: brief gemeentewerken 14 januari 1957). Om diverse redenen, zoals vastgelegd in de brief van 14 januari 1957, was Gemeentewerken geen voorstander van het plan zoals dat er lag, en adviseerde B&W om de Nederlandse Heidemij opdracht te geven tot het voorbereiden van een plan dat moest leiden tot de realisatie van een recreatiecentrum aldaar. Doel van dit plan was: "tegen te gaan, dat het landschapsschoon van een uitgestrekt gebied, dat wegens zijn nabijheid van het dorp Emmen en de aantrekkelijke hoogteverschillen een bijzondere recreatieve waarde heeft voor recreatie, verloren zou gaan. Een facet van dit plan is het concentreren van de zandwinning op de plaatsen die daartoe het meest geëigend zijn en die zo mogelijk zo zijn gelegen, dat na afloop van de zandwinning een waardevol gebied overblijft."

De hoofduitvoerder van het zand en grindbedrijf, Job Joling, woonde in een woning aan de Rondweg, aan de oostelijke kant van de zandafgraving. Omstreeks 1969 verhuisde Joling naar de boerderij van zijn werkgever die dat jaar was overleden. Dit huis werd afgebroken omdat er ook zand gewonnen kon worden op de plaats van zijn woning.

Job Joling liet vervolgens een nieuw huis bouwen naast de boerderij met de bedoeling de boerderij later af te breken. Dat is er niet van gekomen, de boerderij brandde door brandstichting af.

Na het overlijden van Hendrik Kremer in 1969, nam zijn schoonzoon Hilbert Luchies de taken over. Hilbert, die gehuwd was met dochter Aly Kremer, was een echte ondernemer. Hij was garagehouder en fietsenmaker te Geesbrug. Als ondernemer had hij meer kijk op zaken doen dan Hendrik eigen kinderen.

In de jaren 70 bleek dat er geen scherpzand en grind meer te winnen viel. Het Noorder Dierenpark toonde belangstelling om het gebied te kopen maar Provinciale Staten ketste dit voornemen af. De provincie dwong de familie toen echter wel om een behoorlijke investering te doen in beplanting en met name de beveiliging van het terrein.

De "Zandzuigbedrjf Emmen" verkocht de afgraving voor f 50.000,- gulden.

Onder de bevolking heet het zandgat nog steeds "Gat van Jansen" hoewel "Gat van Kremer" misschien beter op zijn plaats zou zijn.

Noot: Om paal en perk te stellen aan het ongelimiteerd maken van zand en grindgroeven, ter bescherming van het natuur- en landschapsschoon in haar gemeente, veranderde de gemeente Emmen in 1948 de regelgeving hiertoe. In deze verordening werden o.a. eisen gesteld aan de afstand van een groeve tot aan de openbare weg en tot aan woningen. Tevens moest een groeve voorzien worden van een deugdelijke afrastering met een beweegbaar en afsluitbaar hek nabij de toegang. Terreingedeelten die niet meer in gebruik waren moesten worden ingeplant. Dit alles in nauw overleg met de dienst Gemeentewerken, op straffe van het vervallen de vergunning.


Paralith: Omhoog

Foto Historisch Emmen Paralith kunstmarmer

Foto Historisch Emmen Paralith kunstmarmer

Foto Historisch Emmen Paralith kunstmarmer
Ruwe blokken Paralith werden in grote
raamzagen op maat gezaagd.

Foto Historisch Emmen Paralith kunstmarmer
Grote platen Paralith konden op elke gewenste
maat gezaagd worden.

Foto Historisch Emmen Paralith kunstmarmer
Een polijstmachine zorgde voor een
glanzende afwerking.

Foto Historisch Emmen Trabo woningen te Emmerschans
Trabowoningbouw te Emmerschans.
Voorbeeld Trabowoning te Emmermeer.

In 1951 werd de NV Paralith opgericht. Paralith was een fabriek waar uit zand zogenaamd "kunstmarmer" werd gefabriceerd, maar in feite hoogglanzend gepolijste steen was. Dat voor de locatie aan de zandafgraving werd gekozen was logisch, de grondstof zand was hier in ruime mate onder handbereik, en direct naast de deur gelegen, voorhanden.

Volgens de eerste folder die Paralith uitgaf had bouwend Nederland hiermee de beschikking over een fantastisch product. "Want het is mooi, het is sterk, gemakkelijk te verwerken en niet duur. Paralith kan de vergelijking met de fraaiste buitenlandse natuursteen met glans doorstaan. Paralith is leverbaar in vele kleuren. Het heeft innerlijk en uiterlijk dezelfde structuur. Paralith wordt een begrip in de bouwnijverheid. Maak er nu kennis mee."

Paralith kon bijvoorbeeld worden toegepast als traptreden, stootbanden, vensterbanken, schoorsteenmantels, muur en kolombekleding, scheidingswanden, toonbanken, tafelbladen of als vloertegels. Het procédé voor de fabricage was bedacht door een (nog onbekende) Belg.

Het perceel, sectie C8046, waarop de fabriek moest verrijzen lag in de directe nabijheid van de zandafgraving, waardoor de benodigde grondstof zand onder handbereik en direct naast de deur voor handen was.

De directeur van Paralith, de heer D.v.d.Ploeg destijds nog woonachtig in Groningen, verzocht de gemeente Emmen om de stichting van het fabrieksgebouw financieel te ondersteunen. Op verzoek van B&W van Emmen stelde het Drents Economisch Technologisch Instituut, kortweg D.E.T.I, een onderzoek in. Op 2 februari 1951 adviseerde het D.E.T.I. positief. Het was volgens hen, uit oogpunt van rentabiliteit, een volkomen verantwoord project. Mede door de arbeidsmarkt zou het bedrijf zeer welkom zijn omdat het in eerste instantie al werk zou gaan bieden aan 30 ongeschoolde mannelijke werknemers. "Wij menen dan ook te moeten adviseren uw medewerking tot financiering van de bouw van de fabriek te moeten verlenen."

Het fabrieksgebouw werd gebouwd door bouwbedrijf Van Ess uit Emmen. Het fabriekspand werd opgetrokken uit zogenaamd bimsbeton (een verhard mengsel van bimskiezel en cement waaraan vulkanische puimsteen = bims was toegevoegd) en een ijzervakwerkconstructie. De fabriek werd omstreeks 1 mei 1952 in gebruik genomen.

Het ging echter niet goed met Paralith. Het bedrijf kon al na luttele jaren niet meer voldoen aan de financiële verplichtingen, en derhalve ook niet jegens haar verplichtingen jegens de gemeente Emmen.

Begin 1958 legde het college van B&W een vraag neer bij de dienst Gemeentewerken met het verzoek te onderzoeken of het fabrieksgebouw van Paralith bruikbaar zou kunnen zijn voor gemeentelijke doeleinden. De directeur van Gemeentewerken, de heer G.Maas, antwoordde positief in die zin dat hij enkel mogelijkheden zag om er de gemeentelijke reinigingsdienst te huisvesten. Om het gebouw hiervoor geschikt te maken was een investering nodig van f 57.000,- gulden, maar daarmee "werd een oplossing bereikt die een zeer grote verbetering zou betekenen met de bestaande toestand en die niet strijdig was met verdere toekomstplannen".

In de raadsvergadering van 22 september 1958 werd besloten de bedrijfsgebouwen van Paralith, bestaande uit een fabriekshal en een bedrijfswoning, over te nemen voor een bedrag van afgerond f 109.500,- gulden om hierin de gemeentelijke reinigingsdienst te huisvesten. Op 27 oktober 1958 besloot de gemeenteraad echter NIET akkoord te gaan met de aankoop van de Paralith opstallen. (bron: brief B&W 3 november 1958).

Uit bovengenoemde brief blijkt namelijk dat de NV Paralith voornemens was de gronden over te dragen aan het "Zandzuigbedrijf Emmen", eigendom van de groothandelaar in aardappelen H.Kremer, de NV Kliphuis Bouwmaterialen vertegenwoordigd door M.J.Mees te Groningen en medevennoot W.Kuipers.

Het Zandzuigbedrijf Emmen had grote hoeveelheden scherpzand weggezogen of afgegraven op het perceel L243 toebehorende aan de NV Paralith, zodanig dat het tot een waterplas was verworden. Het Zandzuigbedrijf Emmen zou Paralith daarvoor een schadevergoeding betalen maar zij waren tevens overeengekomen dat het Zandzuigbedrijf Emmen dit perceel zou kopen.

Uit de voorlopig opgestelde acte (omstreeks eind 1958) blijkt dat Kliphuis Bouwmaterialen NV voordien bekend was onder de naam NV Beton en Trabowoningfabriek Emmerschans. Direct na de Tweede Wereldoorlog werd het trabo systeem in het kader van de wederopbouw gezien als een aantrekkelijke manier om in korte tijd veel woningen te bouwen, met name in open gebieden. J.J.van der Riet en de architect A.C. Nicolaï ontwikkelden voor het project in de wijk Emmerschans een type duplex- en eengezinswoningen met gebruikmaking van de TRABO-elementen voor de benedenverdieping en elementenbouw voor de eerste verdieping. De website van het Nederlands Architectuurinstituut (www.nai.nl/) geeft aan dat deze onderneming bestond van 1948 tot 1950.

De NV Beton en Trabowoningfabriek Emmerschans was voordien eigenaar geweest van het perceel sectie C8046 (L242) en had dit verkocht aan de NV Paralith. Daarbij was vastgelegd dat op genoemd perceel geen zand of grind gewonnen mocht worden door de NV Paralith en diens rechtsopvolgers.

Deze vastgelegde regel is de reden dat dit perceel nooit is afgegraven en dat er naderhand door de familie Jansen een villa op werd gebouwd.


Alweco: Omhoog

  • 1958-19xx Alweco, dumpzaak legerkleding. Wie weet meer?

Alweco was de naam van een automobielfabriek in Veghel. Het was de afkorting van ALuminium- en WErktuigen COnstructiebouw. Eén van de eigenaren was Henk Albronda. Hij bezat na de oorlog meerdere bedrijven op technisch gebied. Zo had hij constructiebedrijven in Den Haag, Sliedrecht en Emmen.

Een samenwerkingsverband met het Duitse "Funda-mobil" mislukte min of meer en Albronda besloot om in eigen beheer een driewieler wagentje te bouwen, de Bambino. Het wagentje werd in 1957 met veel tamtam op de 38ste RAI gepresenteerd. Omdat bleek dat een vierwielwagen toch meer wagen was dan een driewieler ging men snel over tot ombouw. Het werd de Bambino Sport 200. De afzet stagneerde echter. De fabriekshallen kregen een andere bestemming.

En de vele carrosserieën, motoren en verdere halffabrikaten werden in de loop van 1958 naar Emmen versleept. Daar stond het handelshuis "Paralith" van de familie Albronda, waarin toen tweedehands goederen werden verkocht en later ook camping- en vakantieartikelen.

Men deed ook wel wat constructiewerk, maar aan de bouw van de Bambino durfde men niet meer te beginnen. Het Algemeen Dagblad van 11 april 1961 meldde dat een werkplaats vol onderstellen, motoren en carrosserieën van Bambino's en een magazijn vol onderdelen zou worden geveild.

Bron: Bart van Gestel met medewerking van Piet Fiers en Rien van der Heijden van de Heemkundekring "Vehchele" en Jan Bakker uit Uden.


Herder en Jansen: Omhoog

Contact gezocht met de familie Jansen of bekenden.
Informatie en foto's gevraagd.

Foto Historisch Emmen Herder Jansen Gat van Jansen

Foto Historisch Emmen Herder Jansen Gat van Jansen
Foto: © J.Anninga.

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen

De bungalow van de familie Jansen, met uitgebreide ondergrondse ruimtes, stond op het hogere gedeelte en lag prachtig verscholen in de vrije natuur. Vanaf het terras voor de woning hadden ze een overweldigend uitzicht op de lager gelegen vijver.

De eigenaar, Franz Jansen, was een excentrieke, statige man. Hij was een liefhebber van alcohol en kon, mogelijk daardoor, bij tijd en wijle agressief overkomen. Hij bezat een grote collectie auto's met o.a. de duurste Mercedessen en Corvettes.

Franz huwde meerdere malen. Eén van zijn echtgenotes was Dina Herder. Uit dit huwelijk kwamen twee dochters voort, hoewel Franz op een zoon had gehoopt.

De villa werd gebouwd zonder dat de Gemeente Emmen daar toestemming voor had gegeven. De elektriciteit werd afgetapt van de fabriekshal van zijn wegenlijnbedrijf. De afvoer liep naar het zandgat. Franz had veel invloed, mogelijk daardoor kreeg hij geen problemen met de illegale bouw. De villa had een oppervlakte van circa 460 vierkante meter en bezat een zwembad van 18 bij 6,5 meter.

Omstreeks 1995 brandde de woning echter af. De overgebleven resten hebben jarenlang het terrein ontsierd, maar gaven na al die tijd nog steeds een beeld hoe geweldig harmonieus de bungalow daar gestaan heeft en in welke weelde en rust de eigenaar daar gewoond moet hebben.

Jansen was eigenaar van het wegenlijnbedrijf Herder en Jansen, later Via Mark geheten. Hij overleed in 2011.


Gat van Jansen: Omhoog

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen
"Verboden toegang voor onbevoegden"
"Pas op diep water"
"Verboden vuil en puin te storten"

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen

In 1992 verschenen berichten in de krant dat Volker Stevin na jarenlange voorbereiding concrete plannen had om aan de noordoostelijke zijde van de zandplas, lees: de zijde van de Rondweg, een serie bungalows te bouwen. Volgens de DGP van 13 juni 1992 had Volker Stevin een deal gesloten met de gemeente Emmen die het resterende niet te bebouwen gebied "om niet" zou verkrijgen. De gemeente had plannen om het terrein als recreatiegebied in te richten.

Voor de bouw van de bungalows moest het bestemmingsplan echter aangepast worden. Jansen en Volker Stevin waren overeengekomen dat deze laatste pas eigenaar van de voormalige zandafgraving zou worden als de gemeenteraad akkoord ging met het aanpassen van het bestemmingsplan.

De plannen vielen niet goed bij de buurtbewoners en een aantal politiek partijen, waaronder Groen Links en D66. Namens de buurtvereniging De Schans kondigde woordvoerder H.Bonenberg verzet aan. Een hoge ambtenaar van het ministerie van Landbouw, die ter plaatse was wezen kijken, had hem bevestigd dat het gebied het waard was om behouden te blijven. Ook de tachtigjarige biologieleraar K.Vegter had er wel eens veldonderzoek gedaan en geconstateerd "dat er meer wespen en bijensoorten bivakkeerden dan in het rijkste beschermde natuurgebied van Drenthe."

Eind november 1992 werd door de gemeente in het wijkcentrum Bintholt een hoorzitting belegd waar ruim 200 omwonenden op afkwamen, die vrijwel unaniem aangaven tegen de plannen te zijn. Wethouder H.Euving noemde de plannen een compromis tussen de uitgangspunten 'recht te doen aan het particulier eigendom' en 'het behouden van een uitloopgebied voor de wijken Emmerhout en Emmerschans'.

De bewoners kregen op de zitting, tot verbijstering van Euving, bijval van de bij de gemeente werkzame ecoloog Winkelman. Hem was gevraagd een inventarisatie te maken van het natuurschoon en wees die avond op de aanwezigheid van zeldzame planten en vlinders en grote hoeveelheden bijensoorten. Hij vond het, tot ieders verbazing inclusief de wethouder, dan ook jammer dat het gebied bebouwd zou gaan worden. Ook de gemeentelijke stedenbouwkundige P.van Buiten tekende als inwoner van de gemeente Emmen protest aan "dit plan is onaanvaardbaar". Hij wees erop dat de gemeente 30 jaar als beleid gevoerd had dat er geen woningbouw bij het zandgat was toegestaan plotseling van mening was veranderd. De gedachte rees dat er meer achter deze ommezwaai moest zitten. Want was het geen toeval dat KWS, waarvan Volker Stevin onderdeel uitmaakte, op dat moment betrokken was bij de ontwikkeling van de Grote Rietplas?

In februari 1993 bleken de plannen te zijn aangepast om aan veel bezwaren tegemoet te komen. In plaats van 71 zouden er maximaal 60 luxe woningen gebouwd gaan worden. Groen Links, D66 en SP bleven tegen de plannen evenals de stedenbouwkundige P.van Buiten.

In juli 1993 trok een protestmanifestatie bij het terrein ruim 500 belangstellenden. De manifestatie was georganiseerd door het Wereld Natuur Fonds, Koninklijke Nederlandse Natuur Historische Vereniging, Dierenbescherming, Nivon, Natuurmonumenten, Stichting Noorderbreedte en de Nederlandse Bond voor Natuurstudie. Het publiek werd toegesproken door de activiste Cobie Ensink, die namens Milieu Rondomme sprak. Wethouder Euving sprak eveneens en merkte op dat het met de bebouwing van het terrein wel meeviel. "Je kunt de kop wel in de wind gooien en bebouwing niet toestaan, maar het is particulier terrein. Wanneer Jansen zou willen, kan hij er zo een bulldozer over heen laten gaan".

Toegang tot het terrein was verboden. Dat had Jansen al eerder met borden aangegeven. Hij had in het verleden ook al geprobeerd het terrein ontoegankelijk te maken door het plaatsen van een hek maar die was door boze bewoners al snel vernield. Jansen wees de organisatoren schriftelijk nog op het verbod tot betreding van het terrein. De natuurbeschermers besloten daarom de geplande wandelingen onder leiding van een deskundige gids af te blazen.

Ellie Schuurmans, die namens het IVN actie voerde, liet in de krant van 26 juli 1993 weten dat de bovengenoemde instellingen het zandgat wilden redden door het aan te kopen. Een stichting zou het terrein moeten beheren waardoor het terrein vrij toegankelijk zou worden en een deel vanwege de bijzondere flora en fauna slechts onder begeleiding.

Alle protesten hebben slechts ten dele geholpen. De noordelijke walkant van het Gat van Jansen bleef onbebouwd. Aan de zuidelijke walkant, gelegen aan de Laan van het Kwekebos, realiseerde het bouwbedrijf Roelofs Haase in 2004, onder de naam 't Zand, exclusieve herenhuizen. Aan de oostelijke zijde zal onder de naam De Berkenhof na 2010 opnieuw een aanslag op het natuurlijk gevormde gebied worden gepleegd. Voor veel geld werd ten zuiden van Emmen daarentegen weer een plas met water en algen gerealiseerd.

Omdat er al eerder bouwplannen voor dit oostelijke gebied, met de wijknaam "De Schans", lagen heeft de gemeente Emmen al op 16 november 1992 de straatnaam "Veste" vastgesteld, lopende vanaf de Schansstraat in westelijke richting. Met deze naam Veste werd aansluiting gezocht bij de naam Schans.


Graffiti: Omhoog

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen

Foto Historisch Emmen Gat van Jansen

Jarenlang verpauperde het terrein, de villa en de fabriek. Het werd een waar domein voor graffiti kunstenaars die vanuit heel Drenthe het terrein wisten te vinden, hier vrijwel ongestoord hun gang konden gaan en de meeste fantastische ontwerpen aan de overgebleven muren toevertrouwden.

Visvereniging De Schans: Omhoog

Vanaf 1976 maakt de visvereniging De Schans tegen betaling gebruik van het water. Het Nieuwsblad van het Noorden van 14 mei 1992 vermeldt bij monde van voorzitter Arnold van den Berg dat zij enige jaren eerder de plas water van Jansen konden kopen voor f 50.000,- gulden.

Omdat de Provincie met allerlei eisen kwam zou de investering ongeveer tot f 300.000,- gulden oplopen. Heel veel geld voor de destijds 200 leden tellende club. Omdat er geen kantine gebouwd mocht worden, zag de visclub af van de koop.

De visclub sloot daarop een pachtcontact voor zes jaar met Jansen. Na afloop van die zes jaar werden enkel nog mondelinge afspraken gemaakt.

De club zette voor f 15.000,- gulden vis uit in het water. Veel energie staken ze in het schoon en gezond houden van het viswater.


Bronvermelding: Omhoog

  • H.Kremer.
  • B.Langenburg.
  • Bedrijfspresentatie van Paralith.
  • Archief gemeente Emmen.
  • Drents Groningse Pers 13 juni 1992.
  • Nieuwsblad van het Noorden 14 mei 1992.
  • Drents Groningse Pers 15 mei 1992.
  • Nieuwsblad van het Noorden 1 december 1992.
  • Drentse Courant 15 december 1992.
  • Nieuwsblad van het Noorden 12 februari 1993.
  • Drents Groningse Pers 26 juli 1993.
  • Regiojournaal 27 juli 1993.
  • Aanvulling M.Bakker, september 2013.
  •  
  • Foto's
    • H.Kremer.
    • J.Anninga.
    • Archief gemeente Emmen.
    • J.Withaar.

 

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.