dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld

 

 

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

Het Hooge Loo: Omhoog


Kadastraal: Omhoog

Foto Historisch Emmen Noordbarge Hoge Loo
Het Hooge Loo, aangegeven op een kaart uit 1874.
Er onder staat nog (steenoven) aangegeven.
Ook op de topografische kaart van 1830-1850 is
de steenoven al aangegeven.

sectie D2592, eigenaar Geert Hoving, zijnde bosch en bouwland sectie D1315, eigenaar Willem Haasken, zijnde weiland sectie D2591, eigenaar Geert Hoving cs, zijnde bouwland sectie D2620, weg, kreeg later de naam Groene Loo sectie D6747, weg en weiland met bomen, kreeg later de naam Hogewandweg Foto Historisch Emmen Noordbarge Hoge Loo
Kadastrale kaart uit 1880.

Foto Historisch Emmen Noordbarge Hoge Loo
Kaart uit 1954.

Foto Historisch Emmen Noordbarge Hoge Loo
In het midden, achteraan, is nog een deel van het bosje van Het Hooge Loo te zien. De foto is genomen vanaf de Noordbargerstraat, op het huidige kruispunt met de Hondsrugweg. Deze Hondsrugweg loopt midden door het gebied op de foto. Rechts op de foto staat de bakkerij van Doornbos.

Officiële straatnaam: 't Oude Loo
Ontleend aan: een oud bos
Vastgesteld B&W op: 8 november 1948
Naam ingetrokken: nee

De straatnaam 't Oude Loo duidt op de nabijheid van een oud bos. Loo is een oud woord voor bos.

Het Hooge Loo, ook aangeduid als De Hoge Loo, is de naam van een bosje met een aan de zuidzijde gelegen weiland tussen Noordbarge en de miniwijk Bargermeer lag. Het lag op één der hoogste punten (26.4) in de omgeving. Het oude woord loo betekent bos, hetgeen de naam Hooge Loo verklaart.

Op een kaart uit 1681 is "Suitborgerhout" aangegeven

Op de kadastrale kaart uit 1832 komen ter plaatse echter geen percelen voor die als bos in gebruik waren. Het gebied Het Hooge Loo lag rond 1832 op sectie D1316 met als eigenaar de "Boerte Noordbergin". Het was in gebruik als weiland.

In 1880 was dit grote perceel D1316 geheel van de marke gescheiden. Het grootste perceel was toen sectie D2592 van eigenaren Geert Hoving consorten. Het werd omschreven als bosch, bouw en hooiland en was in 1880 het enige perceel met de omschrijving "bosch".

Als Het Hooge Loo ooit een oud bos is geweest, zou het dus voor 1832 al verdwenen zijn, of de kadastrale gegevens uit dat jaar zijn niet goed "in de boeken terecht gekomen". Dat er op een kaart uit 1954 wel een bos(je) is aangegeven, zou ook kunnen betekenen dat dit bos(je) later is aangelegd, hetgeen overeen zou komen met de OAT van 1880.

De kaart van 1954 geeft, opmerkelijk genoeg, Het Hooge Loo aan op de plaats waar de miniwijk Bargermeer is gebouwd en niet waar het oorspronkelijke Hooge Loo werd aangegeven. Tussen deze miniwijk en het  genoemde bosje werd de Hondsrugweg aangelegd. Velen rijden er achteloos voorbij, zich weinig of niets aantrekkend van de maximumsnelheid. Als deze snelheidsduivels wisten waar ze precies overheen reden, dan zouden ze dit gebied waarschijnlijk met meer eerbied en misschien zelfs hun snelheid aanpassen!

Het weiland zuidelijk van het bos(je) werd door jongeren voor allerlei doeleinden gebruikt. Zo werd op deze plek ook de jaarlijkse paasbult van Noordbarge gebouwd. Menigmaal moest de brandweer de rieten daken van de boerderijen langs de Hogewandweg in Noordbarge nathouden bij het ontsteken van het paasvuur.


Prehistorie: Omhoog

Foto Historisch Emmen Hoge Loo Romeinse vondst
Het gevonden Mercurius beeldje uit 1845.

Het Hooge Loo zou zo omstreeks 500 voor Christus zijn ontstaan. Omstreeks deze tijd, de IJzertijd, werd het klimaat droger en werden streken ontgonnen die voorheen te vochtig waren. De technische kennis en betere bemesting van het land zorgde ervoor dat de braakperiodes van het land korter werden. Tot deze tijd woonden de boeren niet op een vaste plek, maar nabij hun landerijen die zich steeds maar weer verplaatsen, omdat ze onvruchtbaar werden. Door de betere bemesting bleven ze langer vruchtbaar en konden de boeren langer op één plaats blijven wonen. Zo ontstonden meer permanente nederzettingen waar bijvoorbeeld Noord- en Zuidbarge hun ontstaan aan danken.

Het Hooge Loo was archeologisch gezien een rijk gebied. Archeologen hebben daar in het verleden ontzettend veel gevonden, zoals urnenvelden, grafheuvels, brandheuvels, voorwerpen uit de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen. Met name vondsten uit de Romeinse tijd zijn in de omgeving van Het Hooge Loo gedaan.

L.J.F.Janssen schreef daarover in zijn boek Drentsche Oudheden, p.83 e.v.: "Belangrijk is eene vondst van onderscheidene Romeinsche beeldjes te Noordbargen, gemeente Emmen, in den jaren 1845 en 1846. Op eene naar het schijnt door de natuur gevormde, deels zandachtige en deels leemachtige hoogte, hooge Loo geheeten, groot 130 tot 140 vierkante ellen, en toebehoorende aan de marktgenooten, vond men in het jaar 1845, ter diepte van 0,25 tot 0,5 el en op eene uitgestrektheid van 4 tot 5 el, de volgende beeldjes en andere voorwerpen":

  • "Een bronzen Mercurius, die in de regterhand misschien eene schijf (discus) houdt, en in de linker oorspronkelijk den slagenstaf (caduccus) zal gehouden hebben, de bewerking is tamelijk goed."
  • "Een rond bronzen voetstukje, vermoedelijk tot het Mercurius-beeldje behoord hebbende."

Volgens Pleyte was het een bijzonder fraai beeldje. Van het voetstuk ontbraken kleine delen. Het werd gescheiden van het beeldje gevonden. In de rechterhand hield Mercurius een gedeelte van de geldbeurs vast, in de linkerhand was een gaatje aanwezig, waarin oorspronkelijk de caduceus was gestoken.

Noot: Mercurius was in de Romeinse mythologie God van handel, reizigers en winst. De naam Mercurius is waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse woord merx of mercator, hetgeen koopman betekent. De caduceus was zijn staf die de vrede, bescherming en genezing symboliseert. De staf is door twee slangen omwonden en heeft aan de bovenkant twee vleugels.

Verder werden er diverse van aarde gemaakte beeldjes gevonden. L.J.F.Janssen heeft in 1848 deze beeldjes als eerste beschreven. Pleyte ging in 1884 nader in op hetgeen gevonden was, en de beschrijving die Janssen eraan had gegeven.

Foto Historisch Emmen Hoge Loo Romeinse vondst
Het terracotta of pijpaarden beeldje.

Beschrijving Janssen:
  • "Een zittende Juno, of andere gezellin van Jupiter, van gele gebakken aarde, voorzien van een ronde schijf (polos), of een rond kapsel om het hoofd in archaïstischen stijl. Hoog 0.13 el. Soortgelijke zijn door Panofka, in zijn werk Terracotten, taf I en II, als Gaea-Olympia's bestempeld. In het Museum van Oudheden te Leiden bevinden er zich eenige uit Griekenland, enz. enz."

Noot: pijpaarden beeldjes werden gemaakt van een fijne, witbakkende klei uit het Rijnland terwijl terracotta beeldjes (letterlijk: "aarde gebakken" ofwel gebakken klei) werden gemaakt van roodbakkende klei. Janssen beschreef echter gele gebakken aarde......

Pleyte merkte over het gevonden beeldje op: "dergelijke, met zeer weinig kunstgevoel bewerkte godenbeeldjes of huisgoden, zijn niet gemakkelijk te herkennen; de vormen zijn zeer verloopen en onder verschillend licht bekeken, geven zij dikwerf geheel andere gedaanten te aanschouwen. Hoe weinig Janssen van de vormen onderscheidde in deze soort van kunstproducten, blijkt uit de afbeeldingen der terra-cotta's van het museum in Leiden genoeg. Zijne beschrijving van het beeldje voldoet niet aan het oorspronkelijke."

Pleyte maakte van het beeldje een tekening en beschreef het in zijn boek "Nederlandsche Oudheden": "Het beeldje stelt een moedergodin voor, dat wil zeggen, de vruchtbare moeder-natuur in de gedaante van eene matrone met een mand met fruit op haren schoot. Deze moedergodin droeg meestal den naam van de plaats en valt als zoodanig met den beschermgeest der plaats samen. Zij komt voor met gekapt hoofdhaar, waaraan bij wijlen een soort van kroon of ander versiersel is verbonden, zittende in een lang gewaad met sluier over het hoofd."

Foto Historisch Emmen Hoge Loo Romeinse vondst

Beschrijving Janssen:
  • Links: "Het hoofdje van eene moeder matrone, of moedergodin met een gedeelte van de borst."
  •  
  • Rechts boven: "dergelijk"
  •  
  • Rechts onder: "hoofdje met lachende gelaatstrekken, aan de rechterzijde steunt een hand op de schouder, wellicht gedeelte van groep van twee personen."

Pleyte merkt over deze beelden nog op: "doch afgebroken."

Foto Historisch Emmen Hoge Loo Romeinse vondst
Het beeld van Venus.

Beschrijving Janssen:
  • "Bovengedeelte eener Venus-proserpina, naar het schijnt, van gele, gebakken aarde, de regterhand aan de linkerborst houdende."

Pleyte meent echter dat het achtervoegsel propersina wel weggelaten kan worden, daar het beeldje alle onderscheidingstekenen van deze godin mist.

Foto Historisch Emmen Hoge Loo Romeinse vondst
Kind met amulet of Veteraan met bulla?

Beschrijving Janssen:
  • "Borstbeeld van eenen Romeinschen veteraan, naar het schijnt, van dezelfde aarde als de zittende Juno, met kaal hoofd, en om den hals van eene bulla voorzien."

Pleyte meende echter dat het beeldje een borstbeeld voorstelde van een kind met een amulet. Een maan aan een lint om de hals, aldus Pleyte die het onbegrijpelijk vond dat Janssen hier een Romeinse veteraan in zag met een bulla om de hals.

Foto Historisch Emmen Hoge Loo Romeinse vondst

Pleyte was het vaker oneens met hetgeen Janssen had beschreven.

Janssen omschreef hetgeen hiernaast is afgebeeld als "twee pooten van een arend, vermoedelijk van een drievoetje, een tafeltje of dergelijke".

Pleyte daarover: "Hoe is een dergelijke vergissing mogelijk? Zoo ingewikkeld is de zaak toch niet?"

"Een aantal Egyptische beeldjes uit den grieksch-romeinschen tijd vertoonen deze driespuit op het hoofd die Janssen voor arendsklauwen aanzag. Door afslijting der vormen en het slechte afdrukken wordt de voorstelling bij wijlen onherkenbaar, evenwel niet voor hem die gewoon is dergelijke voorwerpen telkenmale onder de oogen te hebben."

"De voorwerpen stellen vrouwenhoofdjes voor en wel gesluierd net een driespruit op het hoofd, daarom zijn het Isishoofdjes. Dit kapsel is overigens het kenmerk van alle hoofdgoden der Egyptenaren in den Romeinschen tijd. Serapis, Harpokrates, Horus, Isis, allen zijn er mede getooid; toch is dit hoofdtooisel oorspronkelijk het eigenlijk kenmerkende van Isis alleen."

"Isis als maangodin was de vruchtbare natuur en als zoodanig zinnebeeldig vereerd in de koe. Deze koe wordt daarom met een maanschijf tusschen de hoornen afgebeeld, en omgekeerd ontvangt de godin als tooisel op het hoofd de maan tusschen de koehoornen; boven deze maanschijf plaatste men twee struisvederen, een onderscheidingsteeken der hoofdgoden. In den grieksch-romeinschen tijd voegde men aan dit Isis onderscheidingsteeken twee volle korenaren toe, wederom een beeld der vruchtbare natuur, en gaf men dit onderscheidingsteeken aan alle hoofdgoden."

"De maanschijf is dikwerf met de hoornen als het ware samengesmolten, zoodat men er even goed een vlam, een peer of iets dergelijks in zou kunnen zien, doch terugkeerende tot den oorspronkelijken vorm, is er geen twijfel aan of het teeken heeft de bovengenoemde waarde. Ik beeldde een goed te onderscheiden tooisel af beneden de hoofdje."

Foto Historisch Emmen Hoge Loo Romeinse vondst

Tot slot beschreef Janssen "een torso van eenen zittenden krijgsman, van dezelfde aarde als de Juno, voorzien van een harnas."

Noot: Een torso is een afbeelding van een menselijk lichaam dat op verschillende plaatsen afgesneden is.

Het beeldje zou volgens Pleyte van de keizer of van de god Mars kunnen zijn en schreef verder dat "hij mogelijk was getooid in een lederen harnas met daaronder uitkomend kleed, in plooien hangend tot bij de knieën. Verder draagt afgebeelde persoon een broek en hoge schoenen of laarzen."

Foto Historisch Emmen Hoge Loo Romeinse vondst
De gevonden stier.

In 1846 zette Janssen het onderzoek voort. Hij vond dat jaar o.a.:
  • "Het bronzen bovenstuk van een schede van een dolk of mesch, naar het schijnt. Dit werd mij door den onderwijzer aan eene bijschool, met name Gewald, aldaar gunstig geschonken."

Pleyte betwijfelde dit echter en dacht dat de vondst het onderste gedeelte van een der poten van een drievoet was, in de gedaante van een vogelklauw met nagel. Ook werd gedacht aan het bovenstuk van een Javaanse krisschede, maar de opening zou daarvoor te klein zijn geweest. Het voorwerp is naar het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden gegaan. Noot: een foto ervan is in bezit van Historisch Emmen.

Hoewel het niet door Janssen is beschreven, meende Pleyte dat Janssen ook een, tamelijk ruw, beeldje van een stier had gevonden. De kop en een deel van het lichaam waren weggeroest.

Pleyte verwachtte dat de Hooge Loo, behalve bovenstaande beschreven voorwerpen en beelden, nog meer zou verbergen.

Het stuk grond waar de vondsten werden gedaan lag volgens hem aan "den hoofdweg naar het zuiden, naar Coevorden. In het gevondene ligt eene aanduiding van den ouden handelsweg of de heerbaan."

Janssen omschreef de exacte vindplaats niet, maar schreef dat: "deze voorwerpen benevens een aantal onherkenbare fragmenten aardewerk, werden gevonden door den landman H.Frilink en in bewaring gegeven aan den heer Mr.H.Vos te Assen, door wiens tusschenkomst ik ze ter bezichtiging mogt ontvangen en mij van de echtheid overtuigen."

Noot: waarschijnlijk bedoelde Janssen met H.Frilink de naam Frieling.

 

In 1921 stelde A.E.van Giffen een onderzoek in. Hij vond er o.a. een lijkverbrandingplaats, een schaal met beenderen, een voetstuk van een Romeinse kruik, een spinklosje en vele scherven uit het verre verleden.

Op 8 september 1943 werd er een onderzoek ingesteld door wichelroede deskundige S.A.v.d.Molen. Hij beweerde dat ongeveer midden in het bosje van Het Hooge Loo een heuse tempel gestaan zou hebben die zou hebben toebehoord aan de Romeinen. In het midden van Het Hooge Loo zou een altaar hebben gestaan en de opening zou op het zuiden zijn geweest. In het oosten ervan zou een kleine ronde toren hebben gestaan en aan beide kanten van de tempel zelfs nog twee kleine tempeltjes.

(Noot: zou, zou, zou ..... Gerrie van der Veen, amateur archeoloog, gelooft van de Romeinse tempel geen moer. Archeologen hebben nooit iets gevonden waaruit dat blijkt en stelt: "men weet inmiddels ook dat in ons land nooit Romeinen boven de Rijn hebben gewoond. We weten wel dat er via Het Hooge Loo een handelsweg naar Coevorden liep. Helemaal vreemd zou de aanwezigheid alhier van een verdedigingstoren dus niet behoeven te zijn.")

In 1973, tijdens de aanleg van de Hondsrugweg, zijn er grondsporen van een aantal boerderijen, hutkommen en veel urnen gevonden.

In 1994, tijdens de bouw van de Mc.Donalds vestiging, zijn er wederom sporen gevonden uit de prehistorie, zoals de paalgaten van een boerderij en een graf van zo’n drieduizend jaar oud.


Steenbakkerij: Omhoog

Foto Historisch Emmen Hoge Loo steenbakkerij
Kaart uit 1852.
"Het Hooge Loo" en "Steenoven"

Foto Historisch Emmen Hoge Loo steenbakkerij melkfabriek
Steenfabriek? Melkfabriek !!

Op, in elk geval, twee oude kaarten, die in 1852 en 1874 uitgegeven zijn, staat bij het Hooge Loo ook het woord "Steen Oven" aangeven.

Waar deze stond is HE nog niet bekend, maar vermoedelijk werd hiermee de steenbakkerij (fabriek) in Noordbarge bedoeld. Deze steenbakkerij stond in 1852 op perceel sectie D2358. Deze steenbakkerij was opgericht door Hendrik Frieling. Is het niet toevallig dat de naam H.Frilink werd genoemd door L.J.F.Janssen?

Aan publicaties die meldden dat omstreeks 1903 op de plaats van de melkfabriek een steenfabriek heeft gestaan kan worden getwijfeld. De "melkfabriek" stond op perceel sectie D6797. Gegevens over dit perceel staan op kaart D7 (coördinaten F-3, artikel 5237). Dit perceel werd voor 1895 omschreven als een huis, schuur en erf en na 1895 als huis, schuur, fabriek en erf.


Bronvermelding: Omhoog

  • "Drenthsche Oudheden" door L.J.F.Janssen, Utrecht 1848. Collectie Brands.
  • "Nederlandsche Oudheden van de vroegste tijden tot op Karel den Groote" door Dr.W.Pleyte, Leiden 1882. Collectie Brands.
  • Foto's
    • "Nederlandsche Oudheden van de vroegste tijden tot op Karel den Groote" door Dr.W.Pleyte, Leiden 1882. Collectie Brands.
    • A.Pool.
    • Alle kaarten Collectie Brands, behoudens kaart 1860, collectie C.Reinders.
 

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.