dot Home - start
dot Historie
dot Emmen centrum
dot Wijken buurten straten
dot Buitendorpen
dot Cultuur

dot Gemeente archief
dot Verenigingen
dot Wie helpt?

dot English Deutsch Français Español dot
De historie van Emmen in woord en beeld

 

 

Logo Historisch Emmen

Historisch Emmen toevoegen aan uw favorieten

blauwe lijn
dot Laatst gewijzigd dot Gastenboek dot Enquête dot Over deze site dot Sitemap dot E-mail dot

Westenesch: Omhoog


Inleiding: Omhoog

Westenesch is één van de boerendorpen op het zuidelijkste deel van de Hondsrug ten westen van Emmen, waar nog de uitstraling van een oud boerendorp is te zien. Tussen Westenesch en Emmen ligt de es waaraan het dorp haar naam dankt; ten westen van de es.

Prehistorie: Omhoog

Foto Historisch Emmen hunebed Westenesch
Hunebed D42

Foto Historisch Emmen hunebed Westenesch
Hunebed D44

Duizenden jaren geleden werd het gebied rond Westenesch al bewoond. Dit is te herleiden aan de hunebedden D42 en D44 die er liggen. Westenesch bezit het enige particuliere hunebed in ons land en ligt op de grond van de familie Houwing.

Westenesch 1362: Omhoog

In het boek "Westenesch door de eeuwen" wordt vermeld dat de benaming "Westenesscherland" in 1362 voorkomt in het Oorkondeboek van Groningen en Drenthe. Het zou daarmee de oudste vermelding zijn. Historisch Emmen heeft deze exacte benaming niet kunnen vinden.

In de oorkonde van 5 mei 1362 wordt echter wel het "Alckinchuus tot Westenesche" vermeld. Deze oorkonde betreft de stichtingsakte van een vicarij [vicarie] in de Mariakerk te Gasselte. Bij de stichting van deze zogeheten Nicolaas- en Catharinavicarie schonk de stichter Wermolt van Gasselt een rente van 2 mudden rogge jaarlijks op het Alkinckhuus tot Westenesch.

Noot: een vicarij [vicarie] is volgens Wikipedia omstreeks de Middeleeuwen een afgezonderd vermogen waarvan de opbrengst bestemd was voor het levensonderhoud van een priester. Deze vicaris moest daarvoor aan een bepaald altaar een of meer heilige missen opdragen, in gebeden bepaalde personen gedenken en eventueel nog andere, in de stichtingsbrief opgedragen, taken uitvoeren. De inkomsten van zo'n vicarie werden gegeven aan een door de collator uitgekozen vicaris die formeel door de geestelijke overheid (de bisschop) in dit geestelijk ambt werd gesteld.

Gedeeltelijk citaat van de oorkonde:

"Wy, Arnout Huus, Lamme, mijn trouwe wijff, ende Wibbe, wedwe Wermoldts van Gasselt, daer Godt die ziel af hebben moet, maken condt ende kennelijck allen luyden, die desen brieff sullen sien off horen lesen, dat Wermoldt van Gasselt voirn. gegeven hevet ende gaf met gesonden lieve ende met vrien wille in rechten testament ende om zalicheydt syne ziele ende alle syne vriende, die recht lohn daeraf hebben sullen, ende wy mede volgen, des die daer rechte erffgenahmen toe sijn, in der kercken toe Gasselt tot een outare, dat geconsecreert is in sijnte Nicolaes ehren ende sijnte Catharynen, vertich mudde sades Groninger mate, welek en doerende, ende des voorseyden sades zijn dartich mudde roggen en tien mudden haveren moltes tot eens priesteren behoeff, die daermede gerhentet zy ende daerom sal missen doen ende bidden voor dieghene, daer hy recht schuldich is voor te bidden."

"Ende dese voorseyde renthen sijn gelegen:
- op Alckinchuus tot Westenesche twee mudde rogge
- op Alckinchuus tot Waerdingh soeven mudde roggen
- op Alberthuus tot Zweberghen vier mudde roggen
- op Hummeldinckhuus tot Empne vijff mudde roggen"


Westenesch 1510: Omhoog

 
Klooster Ter Apel, inv.nr. 1, fol. 066r, reg. 149


Klooster Ter Apel, inv.nr. 1, fol. 072r, reg. 150

Op 24 april 1510 bekennen Tye Brynkynck en Tye Suerynck, Telpe en Roleff Bettynck te Empne dat zij aan het klooster Ter Apel hebben verkocht alle landerijen hun aangeërfd van hun "neve Huysinck" gelegen in de burscappe unde marke tho Westenessche und Berghe.
Bron: Klooster Ter Apel, inv.nr. 1, fol. 066r, reg. 149

Op 5 september 1510 bekent Willem Soberynck te Westenessche een akker land "bij dree schat groet" met de naam steenacker aan het klooster Ter Apel verkocht te hebben.
Bron: Klooster Ter Apel, inv.nr. 1, fol. 072r, reg. 150

Ick Wyllem Soberynck tho Westenessche bekenne unde betughe in dessen openen besegelden breve voir my unde all myn erffgenamen dat Ick myt rypen vryen wyllen beradens mode hebbe verkoft unde verkope stedes vasten erffcopes eweliken unde erfflyken demen ersamen gest liken heren broder Jacob van Wynkell priori unde gemenen conventualen Ordens des hillighen Cruces tho Apell unde all eren nakomelingen enen acker landes by dree schat groet belegen in der burscap ende under der clocken tho Emne dye Steenacker geheten by welken acker lycht int suden ter foer een acker van Kampers erve......


Geschiedenis: Omhoog

 

In 1426 werd er gesproken over "de buurtschap Westenesch". Waarschijnlijk woonden de eerste bewoners van Westenesch rondom de grote brink aan de huidige Westenesscherstraat.

In het verslag van een in 1564 gehouden goorspraak, wordt geschreven over een zekere "Jan Wekinge toe Westenessche" die veen gehuurd zou hebben van Henrick Nijenhuis.

Het latere Westenesch was oorspronkelijk een filiaaldorp van Emmen. Westenesch is ontstaan doordat bewoners van Emmen zo rond de dertiende eeuw een stuk land in gebruik namen ten westen van de Emmer es. Na de negende eeuw gebeurde het vaker dat een aantal bewoners van een dorp even buiten hun woonplaats gingen wonen. Zo is ook Zuidbarge ontstaan als filiaaldorp van Noordbarge en Roswinkel als filiaaldorp van Weerdinge. Westenesch is echter minder oud. Het bleef geheel op Emmen aangewezen en werd minder zelfstandig dan beide andere filiaaldorpen.


Oranjekanaal: Omhoog

Foto Historisch Emmen Westenesch
Personeel van de betonfabriek Meijer. Uiterst links met pet is Jan Tabak. Uiterst rechts met hoed Hendrik Meijer.

Rond 1850 kwamen de eerste plannen voor het graven van het Oranjekanaal door de Drentsche Veen en Middenkanaal Maatschappij. Dit kanaal kwam ook langs Westenesch te liggen. Dit was voor de buurtschap erg van belang. Er kwam immers een “belangrijke verkeersader” bij. Het graven van het kanaal bracht echter veel moeilijkheden met zich mee. In het begin waren er constant problemen met de waterstand en men moest zich tot het uiterste inspannen om het kanaal bevaarbaar te houden. Eén van de maatregelen die genomen werd was het bouwen van een sluis, sluis IV. Hiernaar is de huidige Sluisvierweg genoemd. Deze sluis lag waarschijnlijk ter hoogte van het huis aan de tegenwoordige Sluisvierweg nr.16. De sluis deed dienst van 1857 tot ongeveer 1892. In 1875 kwam er zelfs een stoomgemaal! Waar deze heeft gestaan weten men niet precies, maar waarschijnlijk zal het in de buurt van de sluis geweest zijn.

Dankzij het Oranjekanaal werd Westenesch per schip bereikbaar. Middels de nieuwe waterweg kon o.a. kunstmest en stratendrek worden aangevoerd. Aardappelen werden verscheept naar o.a. Nieuw Amsterdam. Vanaf daar ging het transport verder het land in.

Rond 1941 opende betonfabriek Meijer haar deuren in Westenesch. Hierdoor werd het drukker op het Oranjekanaal, want zand, grind en cement werden toen veelal nog per schip aangevoerd. In 1942 werd er daarom een laad en loskade gebouwd. In de betonfabriek van Meijer werden vele producten gemaakt zoals gierkelders, regenbakken, beerputten, trottoirbanden, betontegels en zelfs grafkelders. De betonfabriek heeft sociaal en maatschappelijk veel betekend voor Westenesch. In 1986 werden de gebouwen en terreinen van betonfabriek Meijer verkocht. De fabriek werd verplaatst naar Veenoord.


Westenesschersteeg - straat: Omhoog

Foto Historisch Emmen Westenesch
De Westenesschersteeg
Geheel links is de Gereformeerde kerk aan de Vreding nog net te zien. Rechts staan een tweetal huisjes op de vroegere grond van de familie Meertens. Achteraan de molen van Hovenkamp.

Foto Historisch Emmen Westenesch
De steeg werd een straat.
De pastorie, die op de linkerfoto achter het bladerdek van de bomen verscholen is, is hier zichtbaar.

Tussen Emmen en Westenesch lag de Westenesschersteeg, nu Westenesscherstraat. De kinderen woonachtig aan het Noordeind in Emmen werd het vroeger verboden om 's avonds in het donker door de steeg te gaan. Om ze angst in te boezemen werd hen verteld dat daar dan een "veulen zonder kop" rondliep. De jongste kinderen geloofden dat natuurlijk en bleven uit de buurt!

In een besluit van 8 april 1925 heeft de raad op verzoek van de "Handelsvereeniging alhier" voor het eerst namen gegeven aan straten en wegen in het dorp Emmen. Bij de uitvoering van dit besluit bleek het voor de praktijk echter noodzakelijk de begin en eindpunten hiervan nauwkeurig vast te leggen en tevens enkele aanvullende straatbenamingen op te nemen. Dit werd in de openbare vergadering van 30 augustus 1928 vastgelegd:

  • Westenesccherstraat: (noot: in het originele besluit staat Westenesccherstraat geschreven)
    "Vanaf de oostelijke grens van perceel sectie C no 5802 5941 (Gfam.Meertens) tot de grensscheiding tusschen de dorpen Emmen en Westenesch; sectie C no 760, een punt gelegen in het verlengde van de westgrens van genoemd perceel in de Westenes(s)cherstraat." (noot: in het originele besluit staat de (s) er als correctie half boven)

Aan beide kanten van de steeg lag een wal begroeid met hulst, sleedoorn, braam en kamperfolie. Deze wallen kwamen goed van pas bij de veedrift, doch in de wintermaanden zorgden ze voor overlast omdat de sneeuw er in gemakkelijk tussen bleef liggen. Alle boeren moesten er bij sneeuwval aan te pas komen om de weg naar Emmen vrij te houden. In 1925 is de oude keienbestrating vervangen door asfalt. De wallen met begroeiing door bermen met perenbomen.


Beroepen rond 1650: Omhoog

Van 1642 tot 1654 kende Westenesch de volgende beroepen: landbouwers, 1 schoenmaker, 1 hoedenmaker, 1 scheper en was daarmee voornamelijk een landbouwersbevolking. Ambachtslieden waren hoofdzakelijk geconcentreerd in het kerkdorp Emmen. Het kerspel Emmen met haar omliggende dorpen was als geheel een economische eenheid, en ingesteld op volledige zelfvoorziening.

Bezittingen in 1654: Omhoog

In 1654 waren in Westenesch 15 gezinshoofden met vermogen, waaronder 1 pachter. Eén vermogen behoorde aan de boer van Emmen en Westenesch (markebezit). Er kwamen geen armen voor.
vermogen (in car.gulden) aantal bezitters
tot 500 4
500-1000 1 (pachter)
1000-2000 2
2000-4000 -
- -
4000-5000 3
5000-6000 3
6000-7000 2
7000-8000 -
8000-9000 1


Grondschattingen: Omhoog

Uit grondschatting registers kunnen gedetailleerde gegevens over de economische toestand van de dorpen in de 17e eeuw worden gehaald.

Als gevolg van de grondschattingen werden vele bezwaarschriften ingediend bij Drost en Gedeputeerden. Ingezetenen of hele buurtschappen waren van mening, dat hun gronden of huizen veel te hoog geschat waren voor de belastingen.

Ingezetenen van Emmen en Westenesch waren van mening, dat hun landerijen en waardeel te hoog "geastimeert" (lees: vastgesteld) waren. Het land aan De Runde wilden ze verlaagd zien tot 25 car. gulden per dachwerck "ende dat ten Respecte, dat men het naulyx omme het darde ofte veerde Jaer kan winnen als synde in een seer vuill Vene gelegen, 't welcke niet dan bij groete droechten kan gebruecket worden". Alleen in droge zomers is het blijkbaar bereikbaar. "Die Ingesetenen van Suet ende Noertbargen verklaren dat sij oerdelen dat haere Wardielen nae die Wardije ende nae de hoegeste toep daervan oijt gewest sijnde bij openbaere Uitmijninge behoeren gestelt te worden op twalff hondert Caroly-gulden".Het is later op tweeduizend vastgesteld.

Uit een nog iets later bezwaarschrift van Emmen en Westenesch: "..... die kleinheit ende mede de onvruchtbaerheit van haere groenlanden, ende dat sij hebben haere marcke gescheiden in achte parten waervan een yder part naulyx Vertich dachmaet groet is. Waarvann oock een seer groot deell bestaande is uit heitland ende dorre onvruchtbaere hoechten, jae ten dele mit buschen hulten ende bulten beloepen. Item dat haer holt seer weinich is ende haere venen vuill ende onvruchtbaerheit". ".....dat haere Hoylanden doorgaens seer slecht ende onvruchtbaer sijn .....". De buurtschappen boden "eene oculare inspectie ende besichtinge ter gelegene tijd" aan H.H.Ridderschap en Eigenerfden aan. Aan de betrouwbaarheid van de gegevens valt dan ook weinig te twijfelen.

In het Drents Plakkaatboek no. 464 staat een Besluit van Ridderschap en Eigenerfden tot heffing - naast andere belastingen - van een grondschatting, gedagtekend 16 februari 1630.

  • 3 volle ommeslagen
  • Grontschattinge, coemende op den driehondertsten penninck.

De ommeslag was een schatting, welke van de bezaaide landerijen werd gevorderd. Volgens de Tegenwoordige Staat van Drenthe (I, blz. 89), werd van iedere mudde land, 160 vierkante roeden groot, jaarlijks in ieder paaij omslagen 3 stuivers betaald en werden er toen (in 1795 sedert enige jaren) drie zodanige paaijen uitgeschreven (11).

In de registers van 1654 komen de bedragen voor van het bezit in de dorpen. De belastingen werden kerspelgewijs geïnd. Het kerspel werd voor een bedrag aangeslagen en de inwoners moesten zelf de lasten maar verdelen. Uit aanvullende registers uit de 18e eeuw blijkt dat men niet alle bezitsveranderingen van personen heeft genoteerd, maar slechts de bezitsvermeerderingen per dorp of kerspel. Pachters betaalden 1/3 van de belasting, waarvoor hun gepachte boerderij was geschat. De eigenaar van het verpachte nam 2/3 voor zijn rekening.

't Carspel Emmen.
  car. gulden stuivers penningen
Emmen 91833 8 8
Westenesch 56191 8 8
Weerdinge 51999 4 0
Noortberge 93678 13 0
Suitberge 52133 12 8
Somma totalis 345836 6 8

" 't gehele Carspel Emmen is geestimeerd op 345836 - 6 - 8 daervan de 900e penninck ofte een paije Grontschatting d' somma van 384 - 5 - 4, zijnde alsoo ijder paije grontschatting over 't gehele carspel d'sa van 384 - 5 - 4". Voor de 300e penninck dus 3 ommeslagen per jaar.

Het aantal huizen (huisjes) in 1645 in het carspel Emmen, welke in de registers voorkomen, was als volgt:

  • Emmen: 38 huizen en 1 huisje "arm". 8 huizen bestonden uit 10 gebinten of meer, Lippinge- en Hunningehoff zonder huis en nog een woeste hof, waarvan de naam niet wordt genoemd.
  • Noordbarge: 22 huizen en 1 huisje "arm". 13 huizen met 10 gebinten of meer. Hovingehoff lag woest, "alleen een timmertien".
  • Angelsloo: 1 huis met 11 gebinten.
  • Zuidbarge: 14 huizen, waarvan 10 met minstens 10 gebinten.
  • Den Oever: 1 huis met 10 gebinten.
  • Westenesch: 13 huizen, waaronder 3 huizen met minstens 10 gebinten.
  • Weerdinge: 12 huizen, waaronder 5 huizen met minstens 10 gebinten. Verder lag een huurhoff (domeingoed) woest. De naam ervan werd niet genoemd.

Uit aanvullende registers uit de 18e eeuw blijkt, dat er in verschillende dorpen wel nieuwe huizen zijn gebouwd, maar dat daarentegen vele oude huizen werden afgebroken. De gebinten van deze oude huizen werden bij de nieuwe bouw weer gebruikt. Ook is gebleken dat gebinten werden verkocht naar andere dorpen. Van een vermeerdering van het aantal huizen was slechts in geringe mate sprake.


Boeken: Omhoog

  • "Westenesch door de eeuwen heen", door 

Bronvermelding: Omhoog

  • Oorkondeboek Groningen en Drenthe.
  • "Zuidoost Drenthe op weg naar een nieuwe toekomst III" door H.T.Buiskool.
  • "Toen verkeerslichten nog ontbraken" door B.J.Mensingh.
    Uitgeverij Drenthe te Beilen. ISBN 90.75115.12.1
  • "Westenesch, door de eeuwen heen" door 
  • A.Huizing (OSA I-378), januari 2013.
  • De heer W.F.ten Brink, januari 2013.
  • Foto's:
    • Archief gemeente Emmen.
 

Wie helpt? Omhoog

Klik hier om een e-mail aan Historisch Emmen te versturen Historisch Emmen zoekt altijd naar informatie.
Foto's, kranten, artikelen, advertenties, knipsels, stambomen, genealogie, alles is welkom.
Na digitalisering ontvangt u alles retour.
Help mee Historisch Emmen beter en vollediger te maken.